Eiseres, een student die tevens werknemer was, vroeg verlenging van haar studiefinanciering aan voor de periode april tot en met december 2022. Verweerder wees dit af omdat eiseres in april en mei 2022 geen arbeid verrichtte en geen inkomsten had, en omdat zij na het bereiken van 30 jaar geen recht meer zou hebben op studiefinanciering.
De rechtbank stelde vast dat eiseres vanaf januari 2022 door een ongeval tijdelijk arbeidsongeschikt was en daardoor haar status als werknemer behield op grond van artikel 7, derde lid, onder a, van Richtlijn 2004/38/EG. Dit betekent dat zij ook in april en mei 2022 als migrerend werknemer moet worden aangemerkt, ondanks het ontbreken van arbeid of inkomsten.
Hierdoor heeft eiseres een doorlopend recht op studiefinanciering van januari tot en met mei 2022 en behoudt zij haar aanspraak op studiefinanciering tot en met december 2022, ondanks het bereiken van de leeftijd van 30 jaar. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en voorzag zelf in de zaak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van in totaal €2.271,- aan eiseres.