Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2023:4114

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
18 juli 2023
Zaaknummer
10257072
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:15a BWArt. 7:408 lid 1 BWVerordening (EU) nr. 910/2014
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over digitale totstandkoming en nakoming overeenkomst ophalen zakelijk restafval

Renewi Nederland B.V. en [gedaagde] zijn in 2016 een overeenkomst aangegaan voor het maandelijks ophalen van zakelijk restafval. Renewi vordert betaling van openstaande facturen over de periode april 2021 tot april 2022, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten, omdat de overeenkomst volgens haar stilzwijgend is verlengd.

[gedaagde] betwist dat zij een schriftelijke overeenkomst heeft gesloten en stelt dat de handtekening niet van haar is. Zij voert aan dat de overeenkomst mondeling is gesloten en dat zij de bedrijfsvoering per 1 januari 2021 heeft gestaakt, waardoor geen afval meer werd aangeboden.

De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst digitaal is ondertekend via DocuSign, maar Renewi heeft onvoldoende toegelicht welke soort elektronische handtekening is gebruikt en hoe de authenticiteit wordt gewaarborgd. Daarom wordt Renewi in de gelegenheid gesteld nadere stukken te overleggen. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 9 augustus 2023 voor nadere behandeling.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere onderbouwing van de digitale ondertekening en authenticiteit.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 10257072 \ CV EXPL 22-9125 \ 398 \ 40141
uitspraak van
vonnis
in de zaak van
de besloten vennootschap Renewi Nederland B.V., voorheen genaamd Van Gansewinkel Nederland B.V.
gevestigd te Eindhoven
eisende partij
gemachtigde Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders
tegen
de besloten vennootschap [gedaagde].
gevestigd te [plaatsnaam]
gedaagde partij
gemachtigde mr. J. de Wrede
Partijen worden hierna Renewi en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 december 2022 met producties
- de conclusie van antwoord met producties
- de conclusie van repliek met een productie
- de conclusie van dupliek.

2.De feiten

2.1.
Renewi en [gedaagde] zijn in 2016 overeengekomen dat Renewi maandelijks zakelijk (rest)afval bij [gedaagde] op zou halen. Aan deze overeenkomst hebben partijen ook uitvoering gegeven.
2.2.
Op 17 december 2020 heeft [gedaagde] aan Renewi het volgende gemaild:

(…) Ik heb het contract nooit mogen inzien en het is niet mijn handtekening, alles is telefonisch toentertijd geregeld. Bovendien heb ik u uitgelegd dat het bedrijf per 1-1-2021 geen exploitatie meer doet en derhalve ook geen afval heeft..
Er zal vanaf die datum geen betalingen meer worden gedaan.
(…)
2.3.
Op 30 december 2020 heeft Renewi aan [gedaagde] per e-mail het volgende laten weten: “
(…)
Omdat uw opzegging niet zes maanden voor de einddatum is doorgegeven (…) is de overeenkomst na de zestig maanden stilzwijgend verlengd voor 24 maanden, hierdoor was de ingangsdatum van uw contract d.d. 15-1-2016 en is de eerstvolgende contractuele einddatum d.d. 15-01-2023. (…)
Zoals cliënte daarnaast reeds per mail heeft aangegeven is bijgaande contractuele overeenkomst digitaal ondertekend middels het programma docusign wat volledig rechtsgeldig is. Dit document is op d.d. 14-01-2016 verzonden naar uw mailadres [e-mailadres] en is diezelfde dag nog getekend retour gekomen. (…)

3.De vordering en het verweer

3.1.
Renewi vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan haar tegen behoorlijke kwijting € 902,28 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke c.q. contractuele rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Aan haar vordering legt Renewi ten grondslag dat zij op 15 januari 2016 een schriftelijke overeenkomst met [gedaagde] heeft gesloten en op basis daarvan aan [gedaagde] diensten heeft verleend. Op deze overeenkomst waren algemene voorwaarden van toepassing. De overeenkomst liep in eerste instantie drie jaar en had een verlengingsmogelijkheid van twee jaar. De opzegtermijn bedroeg zes maanden. Omdat [gedaagde] de overeenkomst niet (tijdig/rechtsgeldig) heeft opgezegd, liep de overeenkomst door tot 15 januari 2023. Daarom moet [gedaagde] de door Renewi gefactureerde bedragen over de periode april 2021 tot en met april 2022 betalen voor het ophalen van het afval. [gedaagde] komt die betalingsverplichting, ter hoogte van € 664,00, niet na. Daarnaast, omdat zij niet tijdig betaalt, moet [gedaagde] rente betalen (1,5% per maand), tot de dagvaarding € 138,68. Tot slot is [gedaagde] een bedrag van € 99,60 aan buitengerechtelijke kosten verschuldigd, omdat Renewi haar heeft moeten aanmanen, aldus Renewi.
3.3.
[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Ze concludeert tot afwijzing van de vordering van Renewi met veroordeling van Renewi in de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde] betwist dat zij een schriftelijke overeenkomst met Renewi heeft gesloten, waarbij algemene voorwaarden zijn overgelegd. De overeenkomst tussen partijen is volgens haar mondeling tot stand gekomen. De handtekening die op de schriftelijke overeenkomst staat is ook niet van haar. [gedaagde] kon dus te allen tijde opzeggen (art. 7:408 lid 1 BW Pro) en heeft dat op 17 december 2020 tegen 1 januari 2021 gedaan. Daarom hoeft zij voor het ophalen van vuilnis in 2021 / 2022 niet meer te betalen. Renewi heeft volgens [gedaagde] ook geen vuilnis bij haar opgehaald in die periode. [gedaagde] heeft haar bedrijfsvoering gestaakt op 1 januari 2021, dus had ook geen zakelijk afval meer.
4.2.
Omdat [gedaagde] betwist dat de overeenkomst die Renewi heeft overgelegd door haar is getekend, is het aan Renewi om (nader) te onderbouwen dat de handtekening die op het document staat door [gedaagde] is geplaatst. Renewi heeft daartoe aangevoerd dat de overeenkomst door [de heer X] van [gedaagde] digitaal is ondertekend en vanaf het e-mailadres [e-mailadres] geretourneerd is. Renewi heeft ook een Certificate Of Completion van DocuSign overgelegd.
4.3.
De kantonrechter begrijpt dat volgens Renewi de overeenkomst langs digitale weg tot stand is gekomen. Op de door Renewi overgelegde overeenkomst staat ook een elektronische handtekening.
4.4.
Een elektronische handtekening heeft dezelfde rechtsgevolgen als een geschreven handtekening als voldaan is aan de eisen van art. 3:15a BW. Dat artikel noemt drie soorten elektronische handtekeningen: een elektronische gekwalificeerde handtekening, een geavanceerde elektronische handtekening en een andere elektronische handtekening. Renewi heeft niet aangegeven om welke soort het hier gaat. Nu de discussie omtrent de juistheid van de digitale ondertekening eerst bij repliek is begonnen en [gedaagde] bij dupliek de waarde van het door Renewi overgelegde Certificate Of Completion aan de orde stelt, dient daarover nog nadere instructie plaats te vinden. Renewi zal daartoe bij akte de gelegenheid worden geboden. Renewi dient aan te geven om welke soort elektronische handtekening het gaat in de zin van de eIDAS-verordening (Verordening (EU) nr. 910/2014), hoe de ondertekening precies tot stand komt en of daar nog een retourmail van [gedaagde] voor vereist was. Daarnaast moet Renewi aangeven welke waarborgen zijn ingebouwd om misbruik tegen te gaan, wat in het onderhavige geval vooraf is gegaan aan de ondertekening, waar het Certificate Of Completion voor staat en wat er precies mee wordt aangetoond. Ook dient Renewi in te gaan op de op dit certificaat genoemde IP-adressen. De zaak zal daarvoor naar de rol worden verwezen.
4.5.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verwijst de zaak naar de rol van 9 augustus 2023 voor uitlating bij akte door Renewi omtrent hetgeen onder 4.4 is overwogen, waarna [gedaagde] daarop bij antwoordakte kan reageren;
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op