ECLI:NL:RBGEL:2023:3935
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel met belang minderjarig kind
Verzoekster huurt een woning waarin tijdens een politie-inval drugs en materialen voor drugproductie zijn aangetroffen. De burgemeester heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten de woning voor drie maanden te sluiten. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de sluiting in overeenstemming is met het gemeentelijke beleid. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij geen weet had van de drugshandel in de woning. De burgemeester heeft voldoende onderbouwd dat sluiting noodzakelijk is om het pand aan het drugscircuit te onttrekken.
Echter, het belang van het minderjarige kind, dat ernstige psychische klachten heeft en spoedig behandeling moet starten in de woonplaats, weegt zwaarder dan het belang van de burgemeester om niet te wachten met de sluiting tot de beslissing op bezwaar. Daarom wordt het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst vanwege het zwaarder wegen van het belang van het minderjarige kind.