Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eisende partij 1] ,
2.
[eisende partij 2],
1.De procedure
2.De feiten
kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden.
2.9. Op verzoek van [eisende partijen] heeft [betrokken bedrijf 1] op 1 december 2021 andermaal een onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van de klachten van [eisende partijen] over de kwaliteit van de door [gedaagde partij] uitgevoerde werkzaamheden. [gedaagde partij] is ook bij dat onderzoek niet aanwezig geweest.
3.Het geschil
a. voor recht zal verklaren dat [gedaagde partij] aansprakelijk is voor de door diens werkzaamheden veroorzaakte schade, zoals opgesomd in het rapport van [betrokken bedrijf 1] ,
De kosten van het onderzoek door [betrokken bedrijf 1] zijn gemaakt ter vaststelling van de schade. Deze kosten bedragen, inclusief de kosten van de nieuwe schadebegroting, € 806,00 en komen op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro voor rekening van [gedaagde partij] .
4.De beoordeling
€ 40.730,00 (inclusief btw). De eveneens gevorderde wettelijke rente is ten aanzien van het gehele bedrag toewijsbaar vanaf 18 april 2022, te weten veertien dagen na de brief van 4 april 2022. Vanaf dat moment was [gedaagde partij] immers in verzuim komen te verkeren ten aanzien van de gelegenheid die haar was geboden tot vervanging c.q. herstel en was deze verbintenis omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding.
2.957,50(2,5 punten × tarief IV € 1.183,00)