ECLI:NL:RBGEL:2023:3358

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
12 juni 2023
Zaaknummer
C/05/418545 KG RK 23-383
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens gebrek aan gegronde partijdigheidsvrees

In deze zaak heeft verzoekster, vertegenwoordigd door haar gemachtigde, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die haar strafzaak behandelt. Het verzoek werd mondeling ingediend tijdens een zitting op 19 april 2023, hoewel verzoekster zelf niet aanwezig was. Zij stelde dat de rechter, rechtbank en rechtspraak geen autoriteit over haar zouden hebben.

De wrakingskamer heeft beoordeeld dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er concrete omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Hierbij geldt het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn vanwege hun functie. Verzoekster heeft geen specifieke feiten of omstandigheden aangevoerd die deze schijn van partijdigheid kunnen onderbouwen.

Daarom concludeert de wrakingskamer dat het verzoek niet gericht is tegen de rechter persoonlijk en onvoldoende is onderbouwd. Tevens benadrukt de kamer dat een wrakingsprocedure niet bedoeld is om de gehele rechtspraak te wraken. Het verzoek wordt dan ook afgewezen, en tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/418545 / KG RK 23-383
Beslissing van
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te Ruurlo
gemachtigde: J. Sloendregt
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. M.C.J. Heessels,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van 19 april 2023 waarin het mondelinge wrakingsverzoek is vermeld.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 96/235494-22, waarin verzoekster verdachte is.
2.2.
Verzoekster, zelf niet aanwezig tijdens de mondelinge behandeling van haar zaak op 19 april 2023, heeft, bij monde van haar gemachtigde, blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter, de rechtbank en de rechtspraak geen autoriteit hebben over de levende man en vrouw, zijnde verzoekster.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoekster die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Een wrakingsverzoek moet zijn gericht tegen de rechter of rechters die de betreffende zaak behandelen. Omdat geen enkele grond van het wrakingsverzoek is gericht tegen de rechter persoonlijk, heeft verzoekster naar het oordeel van de wrakingskamer niet onderbouwd dat in deze specifieke zaak sprake is van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid van de door haar gewraakte rechter. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. Een wrakingsprocedure leent zich niet voor de wraking van de gehele rechtspraak.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen, voorzitter, mr. R.M.H. Pennings en mr. A.L.M. Steinebach – de Wit, leden in tegenwoordigheid van de griffier mr. R. Roosma en in openbaar uitgesproken op
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.