De rechtbank Gelderland behandelde op 15 mei 2023 de verzoeken omtrent de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een verstandelijk beperkte minderjarige. De moeder verzocht om beëindiging of bekorting van de machtiging tot uithuisplaatsing en om heropening van het perspectiefbesluit dat bepaalt dat het perspectief van de minderjarige niet bij haar ligt.
De moeder was aanvankelijk niet tijdig in beroep gegaan tegen het besluit van de gecertificeerde instelling (GI), maar de rechtbank verklaarde haar ontvankelijk wegens onzorgvuldige informatieverstrekking door de GI. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot beëindiging of bekorting van de machtiging werd afgewezen, mede omdat de machtiging binnenkort afloopt en de verlenging daarvan tegelijk werd besproken.
De discussie over het perspectiefbesluit werd als een geschil over de uitvoering van de ondertoezichtstelling beschouwd, waarop de moeder ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het perspectiefbesluit uit 2020, dat het perspectief bij professionele opvoeders legt, in stand blijft. De verstandelijke beperkingen van de minderjarige en de behoefte aan voorspelbaarheid en structuur maken een terugkeer naar de moeder niet passend.
De GI verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 30 mei 2024, wat de rechtbank toewijst. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.