ECLI:NL:RBGEL:2022:7350
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ö. Sari
- W.L.F. Prisse
- G. Edelenbos
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij beschuldiging van aanranding door rijinstructeur
Aangeefster deed aangifte van aanranding door haar rijinstructeur in de periode juli 2018 tot maart 2019. Zij beschuldigde verdachte van het betasten en masseren van haar bovenbenen, borsten, billen en vagina, onder bedreiging en misbruik van overwicht.
De officier van justitie vorderde een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege gebrek aan steunbewijs. De rechtbank overwoog dat de verklaringen van aangeefster onvoldoende werden ondersteund door ander bewijs en dat getuigenverklaringen deels 'de auditu' waren en emoties en klachten ook door andere oorzaken verklaard konden worden.
Daarnaast achtte de rechtbank de positieve sociale media berichten van aangeefster na het behalen van haar rijbewijs niet verenigbaar met haar beschuldigingen. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van aanranding.