Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[ged.conv./eis.reconv. 2]
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 september 2021
- de akte na tussenvonnis van GCF
- de antwoordakte van [gedaagde conv./eis. reconv. 1] en [ged.conv./eis.reconv. 2] .
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen GCF en [gedaagde conv./eis. reconv. 1] over schade na ontbinding van een overeenkomst tot levering en installatie van een luchtafzuiginstallatie. De rechtbank bevestigde de ontbinding en stelde vast dat partijen de ontvangen prestaties ongedaan moeten maken, waarbij GCF gehouden is de werkelijke waarde van de installatie te vergoeden.
GCF had een nieuwe installatie door MEA Techniek laten bouwen, die wezenlijk verschilde van de oorspronkelijke installatie. De rechtbank oordeelde dat de meerkosten van deze nieuwe installatie geen schade zijn die voortvloeit uit de ontbinding. Wel werd geoordeeld dat de kosten van tijdelijke noodventilatoren, noodzakelijk door het niet opleveren van de installatie, toerekenbaar zijn aan [gedaagde conv./eis. reconv. 1].
De rechtbank kende een schadevergoeding van €10.908,32 toe voor de noodventilatie en stelde de restitutieverplichting van [gedaagde conv./eis. reconv. 1] vast op €10.500, rekening houdend met de waarde van de installatie op het moment van ontbinding. Het eerdere verstekvonnis werd vernietigd en de vorderingen van GCF werden op deze wijze toegewezen. Tevens werd [gedaagde conv./eis. reconv. 1] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: GCF krijgt een schadevergoeding van €10.908,32 en restitutie van €10.500 met rente toegewezen, overige vorderingen worden afgewezen.