ECLI:NL:RBGEL:2022:7059

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 december 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
9819385
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid werkgever voor schade door bedrijfsongeval als gevolg van miscommunicatie

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland op 21 december 2022 uitspraak gedaan in een geschil tussen een werknemer, aangeduid als [eiser], en zijn werkgever, Hornbach Bouwmarkt (Nederland) B.V. De werknemer had een arbeidsongeval gehad op 6 mei 2020, waarbij een doos met tegels op zijn linker pols viel, wat leidde tot letsel. De werknemer stelde Hornbach aansprakelijk voor de schade die hij had geleden als gevolg van dit ongeval, en vorderde onder andere een schadevergoeding en een voorschot op de schadevergoeding. Hornbach betwistte echter de aansprakelijkheid en stelde dat het ongeval het gevolg was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en geen schending van de zorgplicht inhield.

De kantonrechter oordeelde dat Hornbach niet aansprakelijk was voor de schade van de werknemer. De rechter concludeerde dat het ongeval voortkwam uit miscommunicatie tussen de werknemer en een klant, en dat er geen sprake was van een schending van de zorgplicht door Hornbach. De werkgever had de pakketten veilig gestapeld en de werknemer had een veiligheidsinstructie ontvangen. De rechter wees de vordering van de werknemer af en veroordeelde hem in de proceskosten van Hornbach. Dit vonnis benadrukt de noodzaak voor werkgevers om zorg te dragen voor een veilige werkomgeving, maar ook dat niet elke ongelukkige samenloop van omstandigheden leidt tot aansprakelijkheid.

De uitspraak is van belang voor de beoordeling van werkgeversaansprakelijkheid in gevallen van arbeidsongevallen en de rol van instructies en communicatie in het voorkomen van dergelijke incidenten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 9819385 \ CV EXPL 22-2819 \ 42693 \ 34124
uitspraak van 21 december 2022
vonnis
in de zaak van
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eisende partij
gemachtigde ARAG Rechtsbijstand
tegen
de besloten vennootschap Hornbach Bouwmarkt (Nederland) B.V.
gevestigd te Houten
gedaagde partij
gemachtigde mr. R.S. Ariëns
Partijen worden hierna [eiser] en Hornbach genoemd.

21 De procedure

21.9.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 15 juni 2022 en de daarin genoemde processtukken.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 november 2022.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Hornbach exploiteert in Nederland bouwmarkten en tuincentra.
2.2.
[eiser] is per 23 maart 2020 bij Hornbach in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
2.3.
Op 6 mei is tijdens werkzaamheden een doos met tegels op de linker pols van [eiser] gevallen. Hierdoor liep [eiser] letsel op aan zijn pols/arm.
2.4.
Bij brief van 27 oktober 2020 heeft [eiser] Hornbach aansprakelijk gesteld voor zijn schade.
2.5.
Hornbach heeft geen aansprakelijkheid erkend voor het ongeval.
2.6.
De arbeidsovereenkomst van [eiser] is door Hornbach niet verlengd.

3.De vordering en het verweer

3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
21. voor recht verklaart dat Hornbach aansprakelijk is voor de schade van [eiser] voortvloeiend uit het ongeval van [eiser] op 6 mei 2020;
II. Hornbach veroordeelt om aan [eiser] te vergoeden de nader bij staat op te maken en volgens de wet te vereffenen schade vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de tijdstippen waarop de schade is geleden en opeisbaar is;
III. Hornbach veroordeelt tot betaling van een voorschot van € 22.600,00, aan compensatie van de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schades van [eiser] ;
IV. Hornbach veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
[eiser] stelt dat hem een arbeidsongeval is overkomen en dat Hornbach haar zorgplicht heeft geschonden en is als gevolg daarvan aansprakelijk voor de schade die [eiser] lijdt en heeft geleden.
3.3.
Hornbach betwist dat zij aansprakelijk is voor de schade van [eiser] .

4.De beoordeling

Kern
4.1.
Hornbach is niet aansprakelijk voor de schade van [eiser] . De schade is het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en heeft niet te maken met een schending van de zorgplicht voor een veilige werkomgeving door Hornbach.
Wat is er gebeurd?
4.2.
Op 6 mei 2020 kwam [eiser] met een klant in contact die bepaalde vloertegels wilde kopen. [eiser] hielp vervolgens met het laden vanaf een pallet in de winkel van een aantal dozen met tegels op de kar van de klant. De pallet bestond uit een opstapeling van drie lagen met pakketten. De pakketten bevatten twee dozen, aan elkaar verbonden door een strip. [eiser] maakte steeds de strip los, schoof de pakketten van de bovenste laag een eindje naar voren – over de rand van de tweede laag pakketten – om de dozen zo goed vast te kunnen pakken en vroeg dan aan de klant om één van de twee dozen tegen te houden, zodat [eiser] de andere doos van de stapel af kon pakken. Op die manier had [eiser] met behulp van de klant al een paar dozen op de kar gestapeld. [eiser] was van plan dat weer op die manier te doen bij een volgende doos, toen het mis ging. Dat kwam omdat de klant een doos, die al schuin over de rand was geschoven, niet goed meer tegenhield. Daardoor viel de doos met tegels naar beneden en raakte in de val de pols van [eiser] die op dat moment voor de pallet stond.
Geen schending zorgplicht
4.3.
Op grond van artikel 7:658 lid 2 BW is een werkgever tegenover een werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer lijdt door het bedrijfsongeval, tenzij de werkgever aantoont zijn zorgplicht te zijn nagekomen. Een werkgever is niet aansprakelijk voor een zogenaamd huis-, tuin- en keukenongeval, waarbij schade wordt geleden zonder dat sprake is van schending van een zorgplicht omdat de schade is veroorzaakt door een ongelukkige samenloop van omstandigheden en/of er bijvoorbeeld niet een speciale regel voor die situatie is te stellen.
4.4.
Het ongeval komt door miscommunicatie tussen [eiser] en de klant en dat is een ongelukkige samenloop van omstandigheden, die niet te maken heeft met een schending van de zorgplicht van Hornbach.
Het volgende is van belang.
Hornbach heeft uitgelegd dat de pakketten ‘in verband’ – en dus veilig – waren gestapeld en waren omwikkeld met stevig plastic folie. Dit is door [eiser] onvoldoende weersproken. De manier waarop de pakketten waren gestapeld op de pallet is dus geen relevante factor bij de oorzaak van de val van de doos.
Ook is er geen sprake van het ontbreken van een instructie of het bestaan van een verkeerde instructie gericht op het voorkomen van het ongeval. Hornbach heeft – onvoldoende weersproken door [eiser] en meer in het algemeen over de veiligheid – betoogd dat [eiser] op 1 mei 2020 een arbeidsveiligheidsinstructie heeft gehad en dat werknemers worden voorgelicht over de
10 gouden regels voor verstandig tillen. Daarnaast heeft Hornbach naar voren gebracht dat er een veiligheidscoördinator is aangesteld voor het betreffende filiaal die daar rondloopt en het filiaal checkt op veiligheid. Dit betekent dat werknemers in het algemeen door Hornbach worden geïnstrueerd over veiligheid. Niet is gebleken dat voor dit specifieke ongeval een specifieke regel bestaat of zou moeten bestaan.
[eiser] heeft over instructies tevergeefs aan de orde gesteld dat regel nummer 4 van de 10 gouden regels:
Bepaal vooraf het gewicht van de last; til niet te veel ineens. Vraag je collega’s of klanten om hulp bij zware en grote voorwerpenonverantwoord is. Volgens [eiser] levert die regel juist gevaar op, omdat klanten vaak zijn afgeleid. Deze stelling wordt niet gevolgd. Hornbach heeft er terecht op gewezen dat het normaal is dat klanten zelf materialen pakken in de winkels van Hornbach. Het feit dat werknemers van Hornbach daarbij kunnen helpen is ook normaal, gebeurt in vele andere vergelijkbare winkels en is niet gevaarzettend. Dat klanten wel eens afgeleid zijn is een aspect dat van belang kan zijn in aansprakelijkheidszaken waarbij een klant zelf een ongeval overkomt, maar dat is hier niet aan de orde.
Tenslotte staat vast dat de Inspectie SZW heeft geoordeeld dat er geen oorzakelijk verband is tussen een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en het ongeval.
Conclusie
4.5.
Gezien het voorgaande wordt de vordering van [eiser] afgewezen.
4.6.
[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Hornbach veroordeeld. De gevorderde nakosten worden toegewezen tot een half salarispunt van het toegewezen salaris met een maximum van € 124,00.

5.De beslissing

De kantonrechter
4.7.
wijst de vordering af;
4.8.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Hornbach tot op heden begroot op € 996,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 124,00 aan nakosten;
4.9.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op
21 december 2022.