Uitspraak
Stichting Quadraam
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een verzoek van Stichting Quadraam tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een docent die sinds 2006 bij haar in dienst is. Quadraam stelt dat de docent zich verwijtbaar heeft gedragen, onder meer door gezagsondermijnend gedrag, pestgedrag en het creëren van een onveilige werkomgeving. Daarnaast voert Quadraam een verstoorde arbeidsverhouding en disfunctioneren aan als grond voor ontbinding.
De docent betwist de verwijten en stelt dat Quadraam onvoldoende concreet bewijs heeft geleverd. Hij benadrukt zijn positieve feedback van collega’s en wijst op het ontbreken van officiële waarschuwingen of negatieve functioneringsverslagen. Ook betwist hij dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie en voert aan dat Quadraam onvoldoende heeft geprobeerd de arbeidsverhouding te herstellen.
De rechtbank oordeelt dat Quadraam haar stelplicht niet heeft vervuld, omdat zij haar verwijten niet voldoende heeft onderbouwd en geen verklaringen van collega’s heeft overgelegd. De verbetertrajecten zijn niet overtuigend gebleken en de mediationpoging was niet vruchtbaar. De rechtbank concludeert dat er geen redelijke grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen, verstoorde arbeidsverhouding, disfunctioneren of een combinatie daarvan.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot ontbinding af en veroordeelt zij Quadraam in de proceskosten. De docent behoudt zijn positie en er wordt geen transitievergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verwijtbaar gedrag en onvoldoende inspanningen voor herstel van de arbeidsrelatie.