ECLI:NL:RBGEL:2022:5841

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 oktober 2022
Publicatiedatum
17 oktober 2022
Zaaknummer
9879206
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:400 BWArt. 7:401 BWArt. 7:750 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Glazenwasser niet aansprakelijk voor lekkage regenpijp na schoonmaak dakgoot

Op 6 mei 2021 merkte eiser wateroverlast door een lekkende dakgoot en schakelde hij de glazenwasser in voor het schoonmaken hiervan. De glazenwasser constateerde een verstopping bij de regenpijp en verwijderde deze, waarna bleek dat de regenpijp lekte. De glazenwasser gaf aan geen reparaties te verrichten aan regenpijpen. Eiser liet de regenpijp later repareren en stelde dat door de lekkage vochtschade in zijn woning was ontstaan.

Eiser vorderde schadevergoeding en kosten van de glazenwasser, stellende dat deze aansprakelijk was voor de schade. De glazenwasser betoogde dat de opdracht beperkt was tot schoonmaakwerkzaamheden en dat zij niet tekort was geschoten. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een overeenkomst van opdracht en niet van aanneming van werk, en dat de glazenwasser de opdracht correct had uitgevoerd.

Het deskundigenrapport kon niet met zekerheid vaststellen dat de glazenwasser de regenpijp had beschadigd; mogelijk was de verbinding al los. De stelling van eiser dat de glazenwasser de dakgoot had verbogen werd niet onderbouwd en bleef buiten beschouwing. Ook was geen waarschuwingsplicht geschonden.

De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde eiser in de proceskosten. De glazenwasser werd niet aansprakelijk gehouden voor de lekkage en de daaruit voortvloeiende schade.

Uitkomst: De vordering van eiser tot schadevergoeding wegens lekkage regenpijp wordt afgewezen.

Uitspraak

VONNIS
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 9879206 \ CV EXPL 22-3523 \ 42693 \ 28195
uitspraak van
in de zaak van
[eiser]en
[eiser]
beiden wonende te [plaats]
eisende partijen
gemachtigde mr. S.A. van Snippenburg
tegen

1.de vennootschap onder [VOF]

gevestigd te [plaats]
2. [gedaagde] ,vennoot van gedaagde sub 1
wonende te [plaats]
3. [gedaagde] ,vennoot van gedaagde sub 1
wonende te [plaats]
4. [gedaagde] ,vennoot van gedaagde sub 1
wonende te [plaats]
gedaagde partijen
gemachtigde mr. A.P.E. de Ruiter
Eisende partijen zullen hierna [eiser] (mannelijk enkelvoud) worden genoemd. Gedaagde partijen zullen hierna gezamenlijk [gedaagde] (vrouwelijk enkelvoud) worden genoemd en gedaagde sub 4 zal afzonderlijk als [gedaagde sub 4] worden aangeduid.

1. De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 juni 2022 en de daarin genoemde processtukken;
- de mondelinge behandeling van 29 september 2022.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten, de vordering en de beoordeling

Kern

2.1.
[gedaagde] is niet aansprakelijk voor de schade van [eiser] door een lekkage van de regenpijp die ontstond tijdens of kort na de werkzaamheden van [gedaagde] aan de dakgoot.
Wat is er gebeurd?
2.2.
Op 6 mei 2021 heeft [eiser] gemerkt dat er water overliep uit zijn dakgoot. Hij heeft gebeld met [gedaagde] omdat [gedaagde] volgens de website dakgoten schoonmaakt. Vervolgens is tussen [eiser] en [gedaagde] afgesproken dat [gedaagde] langs zou komen en de dakgoot zou schoonmaken voor € 3,50 per meter dakgoot.
Op 7 mei 2021 heeft [gedaagde sub 4] de dakgoot bekeken en geconstateerd dat de dakgoot op zich schoon was, maar dat het water ter hoogte van de regenpijp niet wegliep omdat het putje verstopt zat met bladeren. [gedaagde sub 4] heeft die verstopping met een trekkertje doorgeprikt, waarna het water wegstroomde uit de dakgoot. Meteen was toen te zien dat het water uit de regenpijp, een stukje onder de goot ter hoogte van waar de verstopping zat, lekte. [gedaagde sub 4] heeft toen aan [eiser] gemeld dat [gedaagde] alleen goten schoonmaakt en geen reparaties uitvoert aan regenpijpen.
Er is toen niet meer onderzocht wat de oorzaak was van de lekkage.
Omdat [gedaagde] de dakgoot niet heeft hoeven schoonmaken, maar alleen de verstopping heeft verholpen, heeft zij [eiser] geen factuur gestuurd.
[eiser] heeft de regenpijp een maand later laten repareren door een ander bedrijf. Toen bleek dat de regenpijp ter hoogte van de verbinding los zat. Ook zat de regenpijp onvoldoende vast bevestigd aan de woning.
Later merkte [eiser] , zo heeft hij gesteld, dat er vochtschade is ontstaan aan de binnenkant van zijn woning omdat er vocht naar binnen is geslagen. Dat komt volgens [eiser] doordat er na 7 mei 2021 water is blijven lekken uit de regenpijp.
Vordering [eiser] , verweer [gedaagde]
2.3.
[eiser] vordert onder meer dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 7.605,31 aan schadevergoeding en € 1.815,00 in verband met het deskundigenrapport en bijkomende kosten.
Volgens [eiser] is [gedaagde] verantwoordelijk voor de vochtschade die hij in zijn woning heeft opgelopen door de lekkende regenpijp.
2.4.
[gedaagde] betoogt dat zij niet verantwoordelijk is voor die schade omdat zij alleen de opdracht heeft uitgevoerd om de dakgoot schoon te maken, waarbij zij geen fouten heeft gemaakt.
Overeenkomst van opdracht
2.5.
Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten (artikel 7:400 lid 1 BW Pro). Terecht heeft [gedaagde] hierover ter zitting betoogd dat het geen aanneming van werk betreft, zoals door [eiser] was gesteld, omdat in deze zaak geen ‘werk van stoffelijke aard’ tot stand is gebracht (artikel 7:750 lid 1 BW Pro).
[gedaagde] goed opdrachtnemer
2.6.
Omdat [eiser] stelt dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verbintenis, zal voor het slagen van de vordering moeten komen vast te staan dat [gedaagde] niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen (artikel 7:401 BW Pro).
2.7.
[gedaagde] heeft ter zitting gemotiveerd en onderbouwd naar voren gebracht dat de opdracht beperkt was tot het schoonmaken van de dakgoot. De opdracht ging niet over de regenpijp. [gedaagde] heeft de tussen partijen overeengekomen opdracht voltooid. In zoverre is [gedaagde] niet tekortgeschoten.
2.8.
De volgende vraag is dan of [gedaagde] iets verkeerd of onzorgvuldig heeft gedaan. [gedaagde sub 4] bestrijdt dat hij de regenpijp zou hebben beschadigd. [gedaagde sub 4] kwam met zijn trekkertje (van 25 cm) niet eens in de buurt van het verbindingsstuk (van 50 cm onder de dakgoot), dat uiteindelijk los bleek te zitten. Het verbindingsstuk moet dus volgens [gedaagde] al los hebben gezeten, of al enigszins los hebben gezeten en los zijn geschoten doordat er ineens water doorheen kwam. Dit standpunt van [gedaagde] wordt onderschreven door het door [eiser] overgelegde deskundigenrapport, waar onder meer in staat:
De exacte omstandigheden waaronder de regenpijp is losgeschoten de wijze waarop partij 2 haar werkzaamheden heeft uitgevoerd zijn voor ons niet controleerbaar. Wij kunnen niet met zekerheid vaststellen of partij 2 verantwoordelijk is geweest voor uit elkaar schuiven van de regenpijpdelen. Op grond van de thans bekende informatie is het mogelijk dat toen de verstopping werd verholpen met een trekker zoals partij 2 stelt, de regenpijp uit de verbinding loskwam. Bij het doorprikken van de verstopping kan plotseling een grote hoeveelheid water uit de goot door de pijp hebben gestroomd, waarbij een zuigende werking op het onderste pijpdeel ontstond. Dit zorgde dan vervolgens voor een trekkracht op de pijpverbinding, waardoor de pijpdelen uit elkaar konden schuiven. Ons inziens dient de verbinding dan al enigszins los te hebben gezeten, aangezien pijpdelen normaliter niet eenvoudig van elkaar loskomen. Een regenpijp hoort namelijk strak in de muurbeugels te zijn bevestigd, waardoor deze niet zomaar omlaag kan schuiven. Wij kunnen de exacte staat van de regenpijp op het moment van het uit elkaar loskomen niet meer controleren en daarmee ook de verwijtbaarheid van partij 2 niet.
[eiser] heeft hier onvoldoende tegenover gesteld. Daarmee is niet komen vast te staan dat door onzorgvuldige gedragingen van [gedaagde] de regenpijp los zou zijn geschoten, zodat [gedaagde] ook op dat punt geen verwijt valt te maken.
2.9.
De pas op de zitting voor het eerst genoemde stelling van [eiser] dat [gedaagde sub 4] de dakgoot mogelijk heeft verbogen omdat hij er op zou hebben gelopen is gemotiveerd bestreden door [gedaagde] en wordt door [eiser] ook niet verder onderbouwd. Deze stelling blijft daarom buiten beschouwing.
2.10.
Tenslotte is niet gebleken dat [gedaagde] een waarschuwingsplicht zou hebben geschonden. In de eerste plaats is dat een norm die geldt voor de overeenkomst van aanneming van werk en niet voor de overeenkomst van opdracht. In de tweede plaats heeft [gedaagde sub 4] – onbestreden – ter zitting aangegeven dat partijen op 7 mei 2021, nadat zichtbaar was dat er water lekte uit de regenpijp, daar kort met elkaar over hebben gesproken. Deze lekkage viel buiten de opdracht van [gedaagde] en [gedaagde] heeft deze lekkage dan ook niet onderzocht. Er is dus geen sprake van kennis bij [gedaagde] die ten onrechte niet zou zijn gedeeld met [eiser] .
Conclusie
2.11.
[eiser] is er niet in geslaagd om aan te tonen dat [gedaagde] zich niet als goed opdrachtnemer zou hebben gedragen. Er is geen grondslag voor de vordering, zodat deze wordt afgewezen.
2.12.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. De gevorderde nakosten worden toegewezen tot het maximum van € 124,00, te vermeerderen, indien betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen af;
3.2.
veroordeelt [eiser] en [eiser] hoofdelijk, in die zin dat voor zover de één betaalt ook de ander ter hoogte van dat bedrag is bevrijd, in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde] begroot op € 746,00 aan salaris gemachtigde en € 124,00 aan nasalaris, te vermeerderen, indien betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak, een en ander te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de veertiende dag na de datum van deze uitspraak respectievelijk de veertiende dag na de betekening van de uitspraak;
3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op