ECLI:NL:RBGEL:2022:5643

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 september 2022
Publicatiedatum
4 oktober 2022
Zaaknummer
C/05/402736 / JE RK 22-511
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige tot 22 oktober 2022

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland om de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De minderjarige verblijft sinds 30 mei 2022 in een accommodatie jeugdhulpaanbieder. De GI acht een langere uithuisplaatsing noodzakelijk omdat zij onvoldoende zicht heeft op de draagkracht van de moeder, mede door personele wisselingen.

De moeder voert verweer en stelt dat de problemen bij de GI niet aan haar zijn toe te rekenen. Zij heeft inmiddels hulp georganiseerd voor haar persoonlijke verzorging en huishouding die medio oktober start. Ook zijn de weekenden met de minderjarige goed verlopen en is er contact met de school.

De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing slechts tot 22 oktober 2022, zodat de hulp daadwerkelijk kan starten en de minderjarige kan wennen aan volledig verblijf thuis. De rechter acht het belangrijk dat de minderjarige verantwoordelijkheid neemt voor zijn schoolgang en waarschuwt dat bij nalatigheid een nieuwe machtiging kan worden aangevraagd. Het verzoek tot verdere verlenging wordt afgewezen.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 22 oktober 2022 en het overige verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/402736 / JE RK 22-511
Datum uitspraak: 22 september 2022
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, locatie Arnhem,

hierna te noemen: de GI,
betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. P.P.E. Buchele, te Arnhem.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 mei 2022:
- de ondertoezichtstelling verlengd tot 26 mei 2023,
- de machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin verlengd tot 26 september 2022,
- de beslissing op het resterende deel van het verzoek tot uithuisplaatsing aangehouden.
Bij beschikking van 21 juli 2022 heeft de kinderrechter:
  • een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verleend tot 26 september 2022,
  • de machtiging tot plaatsing in een pleeggezin beëindigd.
Daarna heeft de kinderrechter nog ontvangen:
- het verzoek van de GI van 9 september 2022 om de machtiging tot
uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling,
  • de brief van de moeder van 16 september 2022 met een reactie op dit verzoek,
  • de mail van de GI van 20 september 2022 met het (concept) hulpverleningsplan van Entrea.
De mondelinge behandeling is voortgezet op 22 september 2022. Verschenen zijn:
- [minderjarige] , die apart is gehoord,
- de moeder, bijgestaan door mr. P.P.E. Buchele,
- twee vertegenwoordigers van de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[minderjarige] verblijft op de leefgroep ‘ [naam leefgroep] ’ in [geboorteplaats] .

Het verzoek van de GI

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Op 30 mei 2022 is [minderjarige] op een leefgroep geplaatst. [minderjarige] heeft op de groep een goede start gemaakt, maar neemt inmiddels steeds meer zijn eigen beslissingen, wat betekent dat hij thuisblijft van werk en school en (te) laat opstaat. De GI heeft, mede door een wisseling in gezinsvoogden, onvoldoende inzicht gekregen in de draagkracht van de moeder om verzorgings- en opvoedtaken op te pakken. Uit de stukken van de advocaat blijkt wel dat door de moeder goede stappen zijn gezet bij het regelen van ondersteuning thuis, maar dit geeft de GI nog niet voldoende zekerheid. De GI acht een langere uithuisplaatsing noodzakelijk om daarop alsnog zicht te krijgen.

Het standpunt van de moeder

De moeder voert verweer tegen het verzoek. Zij en [minderjarige] mogen niet de dupe worden van het tijdsgebrek en personeelsproblemen bij de GI. Er is voldoende ondersteuning thuis. De moeder krijgt twee keer per dag Thuiszorg voor haar lichamelijke verzorging. Op 15 oktober 2022 start [naam hulp 1] met hulp in de huishouding. Bovendien is [naam hulp 2] betrokken om de moeder te ondersteunen bij praktische regelzaken. Tot slot verlopen de weekenden goed en is [minderjarige] in de zomer 4 weken lang bij haar geweest. De moeder ziet geen noodzaak tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Wel heeft zij zorgen over de schoolgang van [minderjarige] , maar hierover heeft zij nauw contact met school.

De beoordeling

De kinderrechter zal de machtiging voor [minderjarige] tot 22 oktober 2022 verlengen en de rest van het verzoek afwijzen.
Tijdens de vorige zitting is een korte machtiging verleend, omdat de moeder goede stappen heeft gezet naar meer stabiliteit. De kinderrechter wilde kijken hoe de situatie bij moeder in haar nieuwe woning zich verder zou ontwikkelen en hoe het zou gaan op het moment dat de kinderen vaker thuis zouden zijn. De moeder heeft inmiddels haar nieuwe woning betrokken en [minderjarige] heeft haar geholpen bij de verhuizing.
De GI geeft aan dat er nog onvoldoende zicht is op de draagkracht van de moeder, maar dat ligt vooral aan personeelsproblemen bij de GI en is niet de moeder aan te rekenen. De moeder heeft, onderbouwd met stukken, aangetoond dat er hulp is opgestart om haar te ondersteunen bij haar persoonlijke verzorging en het huishouden. De kinderrechter is van oordeel dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat het thuis nog niet goed genoeg is voor [minderjarige] . De kinderrechter ziet daarom onvoldoende aanleiding om het zware middel van de machtiging tot uithuisplaatsing nog veel langer te laten voortduren.
Wel acht de kinderrechter het belangrijk dat de hulp in de huishouding is gestart voordat [minderjarige] weer volledig bij zijn moeder gaat wonen. Dat geeft de moeder meer ruimte en energie om zich te richten op de verzorging en opvoeding van [minderjarige] en zijn zusje en voorkomt dat de kinderen dit soort taken te veel gaan overnemen. Deze hulp start half oktober. Bovendien is het wenselijk dat de komende maand de contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder worden uitgebreid, zodat [minderjarige] afscheid kan nemen van de groep en rustig kan wennen aan een volledig verblijf thuis. De kinderrechter verlengt de machtiging daarom tot 22 oktober 2022.
Tot slot is de kinderrechter is heel duidelijk naar [minderjarige] geweest over zijn schoolgang. [minderjarige] is 16,5 jaar oud en dat betekent dat de kinderrechter van hem verwacht dat hij zelf verantwoordelijkheid neemt over zijn schoolgang. Dit past bij zijn leeftijd. Hij moet op tijd opstaan en elke dag naar school gaan. Doet hij dit niet, dan loopt hij het risico dat de GI opnieuw een machtiging tot uithuisplaatsing zal verzoeken. Zowel [minderjarige] als zijn moeder willen dit absoluut niet. De kinderrechter verwacht dan ook dat [minderjarige] keihard zijn best gaat doen, zoals hij de rechter ook beloofd heeft.

De beslissing

De kinderrechter:
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 22 oktober 2022;
- verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2022 door mr. S.W. Kuip, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Cox-Weber, als griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 29 september 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem -Leeuwarden.