De moeder verzoekt om een voorlopige voorziening waarbij de kinder- en partneralimentatie met ingang van 1 juli 2022 verhoogd wordt. Zij stelt dat haar financiële situatie nijpend is geworden doordat zij haar baan verloor en nagenoeg alle kosten voor de verzorging van een van de kinderen draagt.
De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Uit de stukken blijkt dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat zij de uitkomst van de bodemprocedure niet kan afwachten. Haar financiële situatie is niet zodanig nijpend of onhoudbaar dat onmiddellijke voorziening noodzakelijk is.
Daarom verklaart de rechtbank de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek om voorlopige voorzieningen. De bodemprocedure wordt binnen de gebruikelijke termijnen voortgezet, zodat de moeder alsnog haar vordering kan laten beoordelen.