Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eiser 2],
[eiser 3],
1.de procedure
2.de verdere beoordeling
€ 6.195,00(3,5 punten × tarief € 1.770,00)
Rechtbank Gelderland
Deze civiele zaak betreft twee aanvaringen tussen vrachtschepen op de Rijn bij Lobith, waarbij drie schepen betrokken waren. De eigenaren en verzekeraars van het schip [naam schip] vorderen schadevergoeding van de eigenaren van het schip [naam schip]. De rechtbank oordeelde eerder dat de aanvaring tussen deze schepen het gevolg was van schuld van de eigenaren van het laatstgenoemde schip.
De procedure spitste zich toe op de hoogte van de schade, in het bijzonder de post tijdverlies. De rechtbank hanteerde een periode van 43 dagen tijdverlies en een dagbedrag van €780, gebaseerd op het gemiddelde resultaat over zes maanden, gecorrigeerd voor een bevrachterscommissie van 5%. Diverse betwisting van de schadeberekening door de gedaagde partij werden gemotiveerd verworpen.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde partij hoofdelijk tot betaling van €33.540 aan de eiser en tot betaling van €67.414,57 aan de verzekeraars, beide te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 8 maart 2018. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van de eisers toegewezen. De voorwaardelijke reconventie werd afgewezen wegens niet vervulde voorwaarden.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €33.540 en €67.414,57 aan eisers en verzekeraars, vermeerderd met wettelijke rente.