Uitspraak
[derde-partij], te [woonplaats] .
Het beroep van [eiser]
Het beroep van [eiser 1]
- verklaart het beroep van [eiser 1] met zaaknummer 20/4433 ongegrond;
- verklaart het beroep van [eiser] met zaaknummer 20/4459 ongegrond.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde de beroepen van twee omwonenden tegen de tijdelijke omgevingsvergunning die door de gemeente was verleend voor het realiseren van een reeënopvang met schuilgelegenheid en afrastering op een bosperceel. De vergunning werd verleend ondanks strijd met het bestemmingsplan en bezwaren over aantasting van natuurwaarden.
De rechtbank oordeelde dat de procedures voor de reeënopvang en een stacaravan op het perceel door elkaar liepen, maar dat in deze procedure alleen de omgevingsvergunning voor de opvang aan de orde was. De vergunninghouder mocht als derde partij deelnemen. De rechtbank stelde vast dat het natuuronderzoek, hoewel pas tijdens de bezwaarprocedure ingediend, het motiveringsgebrek herstelde en dat geen sprake was van aantasting van beschermde soorten zoals de das.
Verder concludeerde de rechtbank dat een verklaring van geen bedenkingen van de provincie niet vereist was voor deze tijdelijke vergunning en dat de omgevingsverordening Gelderland niet van toepassing was omdat geen bestemmingsplanwijziging werd vastgesteld. De tijdelijke vergunning was passend omdat de opvang zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd.
De rechtbank verwierp ook het argument dat sprake was van een sluiproute via de tijdelijke vergunning en dat alternatieven buiten het bosgebied onvoldoende waren onderbouwd. De beroepen werden ongegrond verklaard en de vergunning bevestigd voor de periode van vijf jaar.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de tijdelijke omgevingsvergunning voor de reeënopvang ongegrond en bevestigt de vergunning.