Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Leeuwarden, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[naam echtgenote] ( [echtgenote] ). De vader was oprichter en aandeelhouder van [naam vennootschap] (de vennootschap). De vennootschap heeft haar belang in [naam werkmaatschappij] (de werkmaatschappij) gefaseerd aan eiseres verkocht. Op 2 april 2007 is de laatste tranche aandelen in de werkmaatschappij overgedragen en geleverd aan eiseres. Als gevolg van het overlijden van de vader zijn [persoon A] (de zoon) en [echtgenote] gerechtigd tot de aandelen in de vennootschap.
€ 648.955.
[adresgegevens] (de onroerende zaak). Deze onroerende zaak wordt verhuurd aan de werkmaatschappij, waarvan de aandelen reeds sinds 2 april 2007 aan eiseres toebehoren. De waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak bedroeg volgens de balans per 31 december 2019 € 680.000.
31 december 2019.
Beslissing
mr. J.J.J. Engel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.