ECLI:NL:RBGEL:2022:3736
Rechtbank Gelderland
- Raadkamer
- H.P.M. Kester
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot opheffing contact- en locatieverbod op grond van artikel 38v Sr
Verzoeker heeft bij de rechtbank Gelderland een verzoek ingediend tot opheffing van het contact- en locatieverbod dat hem bij vonnis van de politierechter op 17 augustus 2021 is opgelegd. Hij stelt dat de relatie met het slachtoffer volledig is hersteld en dat het verbod daarom niet langer noodzakelijk is ter bescherming van het slachtoffer.
De officier van justitie heeft echter betoogd dat de wet geen mogelijkheid biedt om een maatregel opgelegd op grond van artikel 38v Sr in een afzonderlijke procedure op te heffen, en heeft verzocht het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek abusievelijk is ingediend op grond van artikel 38z Sr en artikel 6:6:23d Sv, terwijl de opgelegde maatregelen zijn gebaseerd op artikel 38v Sr. Omdat de wet geen voorziening biedt voor een aparte opheffingsprocedure van dergelijke maatregelen, verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken door de enkelvoudige strafkamer van de rechtbank Gelderland op 6 juli 2022.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot opheffing van het contact- en locatieverbod.