Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 maart 2022 met producties 1 t/m 7,
- de brief van [eisende partij] van 30 maart 2022 met producties 8 t/m 12,
- de brief van [eisende partij] van 31 maart 2022 met producties 13 t/m 20,
- het e-mailbericht van [eisende partij] van 4 april 2022 met een akte houdende wijziging c.q. vermeerdering van eis,
- de brief van [gedaagde partij] van 5 april 2022 met producties 1 t/m 7,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 7 april 2022,
- de ter zitting door [gedaagde partij] overgelegde verkoopadvertentie van de woning op Funda,
- de pleitnota van [eisende partij] ,
- de pleitnota van [gedaagde partij] ,
- het e-mailbericht van [eisende partij] van 7 juni 2022, waarin is meegedeeld dat partijen niet tot een minnelijke regeling zijn gekomen.
2.De feiten
De man neemt hierbij de hiervoor genoemde schulden geheel voor zijn rekening en zal deze als zijn eigen schuld voldoen; de man vrijwaart de vrouw voor alle aanspraken na de peildatum voortvloeiende uit deze schulden.
wordt ontslagen.
De man is verplicht om zich in te spannen om zo spoedig mogelijk, mits onder marktconforme voorwaarden, te komen tot een verkoop van het registergoed. De man is niet gehouden akkoord te gaan met een koopprijs lager dan zeven honderd duizend euro (€ 700.000,00).
De sub a vermelde bepaling zal eindigen indien de vrouw door de ABN AMRO Bank wordt ontslagen uit de aansprakelijkheid voor de schulden bij deze bank.