ECLI:NL:RBGEL:2022:3585
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kredietovereenkomst en terugbetaling onverschuldigde betaling
De kantonrechter van de Rechtbank Gelderland heeft op 6 juli 2022 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen een besloten vennootschap als eiser en een particuliere gedaagde. In een eerder tussenvonnis was om nadere informatie gevraagd, maar de eiser heeft onvoldoende concrete gegevens aangeleverd. Hierdoor oordeelde de rechter dat de eiser niet voldeed aan de vereisten van artikel 7:60 e.v. BW en artikel 4:34 lid 1 Wft Pro.
Als gevolg hiervan vernietigde de kantonrechter ambtshalve de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro, omdat het niet naleven van deze openbare orde bepalingen de overeenkomst nietig maakt. Dit betekent dat de vordering van de eiser niet kan worden toegewezen.
Door de terugwerkende kracht van de vernietiging ontstaat een situatie van onverschuldigde betaling, waarbij de gedaagde het bedrag dat aan hem is verstrekt zonder rechtsgrond moet terugbetalen. Na verrekening van reeds betaalde bedragen resteert een terug te betalen bedrag van €2.998,31. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag en in de proceskosten, waarbij wettelijke rente niet wordt toegewezen wegens gebrek aan grondslag.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt vernietigd en de gedaagde veroordeeld tot terugbetaling van €2.998,31.