Uitspraak
[eiser]
1.[gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
3. [gedaagde 3]
4. [gedaagde 4]
5. [gedaagde 5]
6. [gedaagde 6]
7. [gedaagde 7]
[gedaagde 8]
[gedaagde 9]
1.De procedure
2.De feiten
Huur bedrijfsgebouwen aan [adres] , [adres] en [adres]’.
[adres] ’. Onder periode staat aangegeven ‘
huur 2018’.
afrekening huur 2018’.
3.De vordering en het verweer in conventie
primair, voor recht zal verklaren dat een eventuele huurovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde 8] als bedoeld in artikel 7:230A BW ten aanzien van de percelen aan de [adres] , waaronder begrepen de woonhuizen op dit perceel (nummers [adres] , [adres] en [adres] ) ten einde is of zal zijn per 1 mei 2021, althans een in goede justitie te bepalen datum, en [gedaagden] zal veroordelen om binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, de onroerende zaken aan de [adres] , [adres] , [adres] te [woonplaats] volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en eventuele sleutels die toegang geven tot deze onroerende zaken aan [eiser] ter hand te stellen, zulks op straffe van een door [gedaagden] hoofdelijk verschuldigde dwangsom van € 3.000,-, althans een zodanig bedrag als in goede justitie bepaald, per dag of dagdeel dat zij hiermee in gebreke blijven en met machtiging van [eiser] bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en ontruimd houden zelf te bewerken met behulp van de sterke arm en justitie op kosten van [gedaagden] , met gelasting aan [gedaagden] deze kosten op vertoon van de daartoe benodigde bescheiden, bestaande uit een exploot of proces-verbaal van de met deze bewerking van de verlating en ontruiming belaste gerechtsdeurwaarder waarin deze kosten gespecificeerd worden opgegeven, aan [eiser] te voldoen en [gedaagden] daarin hoofdelijk te veroordelen;
subsidiair, indien er ten aanzien van de bungalow aan de [adres] en het bakhuisje aan de [adres] sprake is van huurovereenkomsten, welke vallen onder de regeling van artikel 7:232 en Pro verder BW, deze huurovereenkomsten per datum van dit vonnis te ontbinden, althans op een in goede justitie te bepalen datum, en te bepalen dat [gedaagde 4] en [gedaagde 5] ten aanzien van de [adres] en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ten aanzien van de [adres] te veroordelen om binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, deze onroerende zaken volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en eventuele sleutels die toegang geven tot deze onroerende zaken aan [eiser] ter hand te stellen, zulks op straffe van een door [gedaagden] hoofdelijk verschuldigde dwangsom van € 3.000,- althans een zodanig bedrag als in goede justitie bepaald, per dag of dagdeel dat zij hiermee in gebreke blijven en met machtiging van [eiser] bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en ontruimd houden zelf te bewerken met behulp van de sterke arm en justitie op kosten van [gedaagden] , met gelasting aan [gedaagden] deze kosten op vertoon van de daartoe benodigde bescheiden, bestaande uit een exploot of proces-verbaal van de met deze bewerking van de verlating en ontruiming belaste gerechtsdeurwaarder waarin deze kosten gespecificeerd worden opgegeven, aan [eiser] te voldoen en [gedaagden] daarin hoofdelijk te veroordelen,
4.De vordering en het verweer in reconventie
5.De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie
bedrijfsgebouwen aan [adres] , [adres] en [adres] te [woonplaats]’. De pachtkamer concludeert dat de percelen en opstallen aan het adres [adres] geen deel uitmaakt van de pachtovereenkomst. Dit deel van de vordering van [gedaagden] wordt afgewezen.