ECLI:NL:RBGEL:2022:3184

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 april 2022
Publicatiedatum
23 juni 2022
Zaaknummer
C/05/402590 / KG RK 22-261
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 4 lid 2 sub c WrakingsprotocolArtikel 4 lid 2 sub e Wrakingsprotocol
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing wrakingskamer over kennelijk niet-ontvankelijk wrakingsverzoek tegen alle rechters

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen alle rechters van de rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stellende dat zijn procedures stelselmatig werden geobstrueerd en dat zijn partner, die terminaal is, niet adequaat kon worden verdedigd.

De wrakingskamer constateerde dat het verzoek wederom gericht was tegen alle rechters en dat een eerder identiek verzoek reeds kennelijk niet-ontvankelijk was verklaard. Het verzoek was onvoldoende gemotiveerd en richtte zich niet specifiek tegen de behandelend rechter.

De wrakingskamer oordeelde dat het gebrek aan vertrouwen in de rechterlijke onafhankelijkheid geen grond voor wraking vormt en dat het wrakingsrecht niet mag worden misbruikt om de voortgang van de procedure te frustreren. Daarom werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige wrakingsverzoeken uitgesloten.

Er vond geen mondelinge behandeling plaats omdat het verzoek niet ontvankelijk was. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen alle rechters wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/402590 / KG RK 22-261
Beslissing van 25 april 2022
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[gemachtigde]
wonende te [woonplaats]
als gemachtigde van en namens
[verzoeker]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
alle rechters van deze rechtbank en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,
hierna te noemen: de rechters.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 12 april 2022.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker is de gemachtigde van zijn partner, [verzoeker] in een zaak bij de kantonrechter met zaaknummer 9677401 CV EXPL 22-952.
2.2.
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, kort samengevat, het volgende aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd:
“Om het recht te laten zegevieren, wraak ik hierbij wederom alle rechters in dienst van de rechtbank Gelderland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, voor verplaatsing van ook deze zaak naar Den Haag omdat AANTOONBAAR stelselmatig al mijn procedures worden geobstrueerd door o.a. het OM parket Oost-Nederland, de rechtbank Gelderland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Bovendien heb ik mijn partner, [verzoeker] die nu terminaal is, nadat er in november’21 in het VUMC en het NKI-AVL 2 hersentumoren zijn verwijderd, niet op 30 maart’22 kunnen verdedigen omdat er die week ook 2 afspraken stonden gepland met de oncoloog & de uitnodiging mij is ontgaan en was er tegen GGN al een klacht ingediend bij de Kamer van Gerechtsdeurwaarders.
(…)”

3.De beoordeling

3.1.
De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek zich niet specifiek richt tegen de behandelend rechter, maar is gericht tegen alle rechters van deze rechtbank en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Verzoeker heeft in voormelde zaak bij de kantonrechter reeds eerder verzocht om wraking van alle rechters. Dat wrakingsverzoek is bij beslissing van 2 maart 2022 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
3.2.
De wrakingskamer verklaart het onderhavige wrakingsverzoek op grond van artikel 4 lid 2 sub e van Pro het Wrakingsprotocol eveneens niet-ontvankelijk, omdat het wrakingsverzoek wederom is gericht tegen alle rechters. Voor zover het wrakingsverzoek - gelet op de door verzoeker geschetste gebeurtenissen op en/of rondom 30 maart 2022 - gericht is tegen de behandelend rechter, geldt dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat het wrakingsverzoek niet is gemotiveerd (artikel 4 lid 2 sub c van Pro het Wrakingsprotocol). Verzoeker heeft kennelijk geen vertrouwen in de onafhankelijkheid van de rechters van deze rechtbank in het algemeen, maar dat levert geen grond voor wraking op. Dit leidt ertoe dat verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek kan worden ontvangen. Voor een behandeling ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het wrakingsverzoek, maar aan dat debat wordt gezien het voorgaande niet toegekomen.
3.3.
Verzoeker heeft in deze procedure reeds meerdere wrakingsverzoeken gedaan, gericht tegen alle rechters, die feitelijke onderbouwing missen en die hebben geleid tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de wrakingskamer gebruikt verzoeker het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
  • verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
  • bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. A.L.M. Steinebach -de Wit en mr. E. Schippers, leden in tegenwoordigheid van de griffier […] en in openbaar uitgesproken op 25 april 2022.
de griffier de voorzitter
is buiten staat mede te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.