ECLI:NL:RBGEL:2022:2935
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikkingen en aanslag OZB woonzorgcomplex vanwege onjuiste objectafbakening
Eiseres stelde beroep in tegen de WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde aanslag OZB voor het belastingjaar 2019 betreffende een woonzorgcomplex bestaande uit een hoofdgebouw en meerdere eenheden. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat de eenheden afzonderlijk als onroerende zaken moesten worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, ook voor de eenheden, ondanks dat deze pas in een aanvullend beroepschrift werden genoemd.
De kern van het geschil betrof de objectafbakening volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ. De rechtbank stelde vast dat het hoofdgebouw en de eenheden organisatorisch één geheel vormen, verbonden zijn door een gang, en gezamenlijk worden gebruikt voor woonzorgactiviteiten. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat de eenheden ook bewoond konden worden door personen zonder zorgindicatie. Hierdoor vormen het hoofdgebouw en de eenheden één onroerende zaak.
De rechtbank vernietigde de WOZ-beschikkingen en aanslag OZB omdat de waardering was gebaseerd op een te klein object. Verweerder kan een nieuwe beschikking en aanslag opleggen binnen de wettelijke termijnen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De overige standpunten werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de gegrondverklaring van het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de WOZ-beschikkingen en aanslag OZB worden vernietigd vanwege onjuiste objectafbakening.