ECLI:NL:RBGEL:2022:2656
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoogte vakantieloon chauffeur goederenvervoer inclusief overwerk en toeslagen
De zaak betreft de vaststelling van het juiste vakantieloon van een chauffeur werkzaam bij een transportbedrijf, waarbij discussie bestaat over de vergoeding van overwerk en toeslagen tijdens vakantie.
De werknemer vordert betaling van achterstallig vakantieloon over de jaren 2014 tot en met 2018, gebaseerd op Europese rechtspraak die stelt dat vakantieloon ook structurele toeslagen en overwerkvergoedingen moet omvatten. De werkgever betwist dit en voert onder meer verjaring, rechtsverwerking en strijd met redelijkheid en billijkheid aan.
De rechtbank oordeelt dat overwerk dat structureel, voorspelbaar en een belangrijk onderdeel van het loon is, moet worden meegenomen in het vakantieloon. Toeslagen die onderdeel zijn van het gevorderde bedrag zijn niet substantieel betwist. De referteperiode voor berekening is het kalenderjaar voorafgaand aan de vakantie. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt hetzelfde loonrecht als voor wettelijke vakantiedagen.
Een deel van de vordering over de periode 1 januari tot 30 mei 2014 wordt afgewezen wegens verjaring. Verweren over rechtsverwerking, klachtplicht en redelijkheid en billijkheid worden verworpen. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 8.647,38 plus wettelijke rente en incassokosten, met proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 8.647,38 aan achterstallig vakantieloon inclusief rente en incassokosten.