ECLI:NL:RBGEL:2022:2601
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.C. Schuurman-Kleijberg
- H.J. Klein Egelink
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op ouderdomspensioen wegens schuldige nalatigheid premies AOW
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarin een korting van 4% op zijn ouderdomspensioen is toegepast wegens schuldige nalatigheid bij het betalen van AOW-premies over de jaren 2005, 2006, 2008 en 2009. De SVB had eiser eerder schuldig nalatig verklaard, waarbij voor 2005 en 2006 een nalatigheid van 4% werd vastgesteld en voor 2008 en 2009 een nalatigheid van 100%. Deze besluiten zijn onherroepelijk geworden.
Eiser betoogde dat hij de premies over 2005 en 2006 wel had betaald en dat de niet-betaling in 2008 en 2009 het gevolg was van het faillissement van zijn onderneming en persoonlijke faillissement. Hij voerde tevens aan dat de SVB grove nalatigheid vertoonde door in pensioenoverzichten een volledig pensioen aan te geven zonder rechten daaraan te verbinden, wat volgens eiser het vertrouwensbeginsel schond.
De rechtbank oordeelde dat zij niet kon toetsen aan de schuldige nalatigheid over genoemde jaren omdat de eerdere besluiten onherroepelijk zijn. De korting van 4% op het pensioen is terecht toegepast conform de wet- en regelgeving. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de pensioenoverzichten een voorbehoud bevatten en expliciet aangeven dat er geen rechten aan kunnen worden ontleend.
Hoewel er een wetsvoorstel in consultatie is om de mogelijkheid tot schuldige nalatigheid af te schaffen, is dit nog niet in werking getreden en ziet de rechtbank geen aanleiding om vooruit te lopen op toekomstige wetgeving. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de korting van 4% op het ouderdomspensioen wegens schuldige nalatigheid en verklaart het beroep ongegrond.