ECLI:NL:RBGEL:2022:2053
Rechtbank Gelderland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve vernietiging kredietovereenkomst wegens niet-naleving informatie- en kredietwaardigheidstoets
Intrum Nederland B.V., rechtsopvolger van Wehkamp B.V., vordert betaling van een openstaande vordering uit een doorlopend kredietovereenkomst met [gedaagde]. [Gedaagde] verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend.
De rechtbank toetst de kredietovereenkomst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht, waaronder artikelen 7:59-7:61 BW en 4:34 Wft. Intrum heeft niet concreet aangetoond dat zij aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan, omdat alleen een algemeen stappenplan en een onvolledig ESIS-formulier zijn overgelegd. Evenmin is bewijs geleverd van een kredietwaardigheidstoets, ondanks een tussentijdse gelegenheid daartoe.
Daarom vernietigt de rechtbank de kredietovereenkomst ambtshalve op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro. Vernietiging leidt ertoe dat [gedaagde] het geleende bedrag moet terugbetalen en Intrum hetgeen reeds betaald is moet teruggeven, zonder rente en kosten. Omdat de opbouw van de hoofdsom onduidelijk is, wordt Intrum in de gelegenheid gesteld dit inzichtelijk te maken. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de rolzitting over vier weken.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt ambtshalve vernietigd wegens niet-naleving van informatie- en kredietwaardigheidstoetsverplichtingen.