Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de jeugdrechter die betrokken is bij de procedure over de verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van haar minderjarige dochter. Zij stelt dat de rechter partijdig is omdat hij geen onmiddellijke uitspraak deed na de zitting van 13 januari 2022, maar de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en Jeugdbescherming Gelderland (JB) de gelegenheid gaf hun standpunt aan te vullen. Verzoekster meent dat de instanties tekortschieten en dat de rechter onvoldoende waarheidsvinding toepast.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het criterium van rechterlijke onpartijdigheid en de objectieve schijn daarvan. De kamer oordeelt dat de rechter een procesbeslissing nam binnen zijn bevoegdheid en dat deze niet onbegrijpelijk of ontoereikend is. De vermeende onjuiste werkwijze van de rechter en het niet ingaan op verzoeken tot het horen van getuigen zijn onvoldoende om partijdigheid aan te nemen.
Verder is de verlenging van de OTS met een maand als ordemaatregel gezien, noodzakelijk vanwege het lopende wrakingsverzoek, en vormt dit geen definitieve inhoudelijke beslissing. De wrakingskamer concludeert dat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd is en wijst het wrakingsverzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.