Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
de rechtbank begrijpt: de vrouw die als eerst samen met de vrouw die zich ‘Jenny’ noemde aan de deur stond en door Jenny haar vriendin werd genoemd) de koffie inschonk en zei: “
laat mij de melk en de suiker maar doen”. Aangever zag dat zij door zijn koffie roerde en daarin bleef roeren. Toen aangever de koffie op had voelde hij zich kort daarna draaierig worden en begon hij te trillen. Hij begon alles wazig te zien en merkte dat hij er niks tegen kon doen. Hij kon niks meer zeggen of doen. Aangever weet nog dat hij hoorde dat ‘ze’ tegen hem zeiden dat hij geld moest geven zodat ze sigaretten konden halen. Aangever heeft verklaard dat hij toen waarschijnlijk het geld heeft gepakt dat hij contant in huis had. Dat was 150 euro. Aangever heeft toen 50 euro gegeven, maar dat weet hij niet meer zeker. Hij was zo slap en gedesoriënteerd dat hij niks meer kon doen. Hij zag vervolgens dat de vrouwen zijn huis uit gingen. Hij heeft nog geprobeerd om vrienden te bereiken, maar zakte in de hal in elkaar en zakte weg. Aangever kwam pas bij kennis toen de vrienden zijn woning binnenkwamen. Hij lag op dat moment in de woonkamer. Het geldbedrag van 150 euro dat in zijn woning lag, was er niet meer. [2]
(rechtbank: [medeverdachte 1] )of dochter een soort slaapmedicijn hebben welke zij in de drank doen. Wie dit erin heeft gedaan, heeft zij niet gezien. Zij denkt dat het een soort slaapmedicijn is. De man probeerde even later op te staan, maar dat lukte hem niet. Verdachte heeft verklaard dat de man ‘echt raar werd’. Hij viel toen hij opstond. [medeverdachte 1] en haar dochter lachten hierom. Volgens verdachte hadden zij iets dergelijks al vaker gezien. [medeverdachte 1] en haar dochter zeiden tegen haar, verdachte, dat de man ging slapen en later weer wakker zou worden. Verdachte heeft verder verklaard dat [medeverdachte 1] meestal met haar dochter samen naar de mannen toe gaat. Ze zeggen dan dat ze schulden hebben. Vaak geven de mannen dan geld. Ze weet wel dat ze dat drogeren doen. [verdachte] was wel eens, twee à drie keer, eerder mee geweest. Verdachte denkt dat als mannen moeilijk gaan doen of als [medeverdachte 1] en dochter denken dat er iets waardevols in huis is, ze pillen toedienen. Die pillen liggen bij hen thuis in een kastje. Ze verdienen er volgens verdachte genoeg geld mee. [9]
de rechtbank begrijpt: de auto van [verdachte]) zag en twee jonge dames. Vastgesteld is dat [medeverdachte 2] , de dochter van [medeverdachte 1] , ook in de woning is geweest. Deze twee jonge dames moeten dus [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn geweest. Volgens aangever had één dame blond haar en de andere dame zwart haar. Eerstgenoemde stelde zich voor als Jenny. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het zou kunnen dat zij in die periode blond haar had. Bij de politie heeft zij verklaard dat [medeverdachte 2] zwart lang haar had. Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als eerste samen met [medeverdachte 2] bij de woning van aangever begaf en zich daarbij voorstelde als ‘Jenny’, de persoon met wie aangever op internet een afspraak had gemaakt.
3.De bewezenverklaring
/of[medeverdachte 2] ,
in elk geval anderen dan verdachte,op
of
of meerander
en,
in elk geval enig goed,dat geheel of ten
en/of gevolgdvan geweld
en/of bedreiging met geweldtegen [slachtoffer]
voor te bereiden ofgemakkelijk te
, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers
een (hoge dosis) vanhet middel temazepam
/of opzettelijk
en/of inlichtingenheeft verschaft door
/of[medeverdachte 2] naar het huis van voornoemde [slachtoffer]
/of
althans als een