ECLI:NL:RBGEL:2022:1141
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand door niet-advocaat
Verzoeker vroeg op grond van artikel 530 Sv Pro vergoeding van kosten rechtsbijstand na intrekking van een strafbeschikking wegens het vervallen van het vervolgingsrecht. De rechtsbijstand werd verleend door een gemachtigde die niet als advocaat staat ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten. De rechtbank oordeelde dat de regeling van artikel 530 Sv Pro beperkt is tot kosten van rechtsbijstand door een toegelaten advocaat.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker zelf het verzet tegen de strafbeschikking had ingediend en het dossier aan de gemachtigde had overhandigd. De factuur van bijna €1500 voor circa 8 uur communicatie werd niet passend geacht, mede vanwege onduidelijkheid over de juridische scholing van de gemachtigde en het gehanteerde uurtarief.
De rechtbank verwees naar het belang van kwalitatieve belangenbehartiging en tuchtrechtelijk toezicht dat alleen voor advocaten geldt. De mogelijkheid tot vertegenwoordiging door een gemachtigde op de terechtzitting biedt volgens de rechtbank geen grondslag om de kosten van diens bijstand gelijk te stellen aan die van een raadsman.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot vergoeding van de kosten af. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen omdat de bijstand niet door een toegelaten advocaat is verleend.