ECLI:NL:RBGEL:2021:760
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak militair wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen
Verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen jegens een slachtoffer in een periode rond april 2016, waaronder het gebruik van een borstel als voorwerp en het maken van seksuele handelingen. De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
Tijdens het onderzoek bleek dat het bewijs grotendeels bestond uit verklaringen met veel onzekerheden, tijdsverloop en tegenstrijdigheden, waaronder het ontbreken van het vermeende filmpje of foto’s. Het slachtoffer zelf had geen herinnering aan de gebeurtenissen en voelde geen pijn, en er was geen medisch bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het primaire feit en de meeste subsidiaire feiten niet overtuigend bewezen konden worden. Het enige bewezen feit, het ontbloten van het onderlichaam, werd niet als strafbaar ontuchtig gedrag aangemerkt gezien de context en het ontbreken van seksuele intentie.
Daarom sprak de militaire kamer verdachte volledig vrij. De civiele vordering tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewezenverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen.