Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2021:7324

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 augustus 2021
Publicatiedatum
5 april 2022
Zaaknummer
9332208
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:206 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking vaststelling loon vereffenaar nalatenschap

Op 13 augustus 2021 heeft de rechtbank Gelderland een tussenbeschikking gegeven in een verzoekschriftprocedure erfrecht betreffende het vaststellen van het loon van de vereffenaar van de nalatenschap van een overleden persoon. De vereffenaar, Uw Vereffenaar B.V., verzocht om vaststelling van haar loon op basis van een gespecificeerde tijdsregistratie en conform de Recofa-richtlijnen.

De kantonrechter constateerde dat de toepassing van de ervaringsfactoren voor twee medewerkers van de vereffenaar niet voldoende was toegelicht. Zo was voor een vertegenwoordiger een hogere ervaringsfactor toegepast dan volgens de richtlijnen passend is, zonder onderbouwing. Ook voor een zaakbehandelaar was de toegepaste ervaringsfactor niet onderbouwd.

Daarom werd de vereffenaar in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 3 september 2021 schriftelijk te reageren op deze punten. De kantonrechter hield iedere beslissing aan totdat nadere toelichting is ontvangen en beoordeeld.

Uitkomst: De vereffenaar wordt in de gelegenheid gesteld schriftelijk toe te lichten waarom bepaalde ervaringsfactoren zijn toegepast; beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Team bewind en erfrecht
Zittingsplaats Zutphen
zaakgegevens 9332208 \ EZ VERZ 21-322 \ mk
uitspraak van 13 augustus 2021
tussenbeschikking
in de zaak van
Uw Vereffenaar B.V.in haar hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] , vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger vereffenaar]
kantoorhoudende te Nieuw-Lekkerland
verzoekende partij
procederend in persoon

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 6 juli 2021 met bijlagen.

2.2. De feiten

2.1.
Op [datum] 2019 is te [plaats] overleden [erflater] , geboren te [plaats] op [datum] 1947 (hierna: erflater). De laatste woonplaats van erflaterwas [plaats] .
2.2.
Bij beschikking van 16 april 2020 heeft de rechtbank Gelderland de besloten vennootschap Uw Vereffenaar B.V. benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.

3.3. Het verzoek

3.1.
De vereffenaar verzoekt de kantonrechter op grond van artikel 4:206 lid 3 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) haar loon vast te stellen op een bedrag van € 16.758,97 inclusief btw overeenkomstig de door haar overgelegde gespecificeerde tijdsregistratie.
3.2.
Aan het verzoek heeft verzoekster het volgende ten grondslag gelegd. De nalatenschap bevatte een woning aan de [adres] . Deze woning is verkocht en geleverd. De aangiftes erfbelasting zijn verzorgd en voldaan. De nalatenschap is voldoende om alle vorderingen te voldoen. De vereffening zal eindigen met een overschot. Alle werkzaamheden in de vereffening zijn afgerond.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 4:206 lid 3 BW Pro heeft een door de rechter benoemde vereffenaar recht op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. Voor de berekening van het loon wordt aangesloten bij de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling 2019 (hierna: de Recofa-richtlijnen).
4.2.
Uit de door de vereffenaar overgelegde gespecificeerde tijdsregistratie valt af te leiden op welke datum de werkzaamheden zijn verricht, welk soort werkzaamheden zijn verricht en de kwalificatie van de personen die deze werkzaamheden hebben verricht.
4.3.
De toepassing van de ervaringsfactoren voor de werkzaamheden die zijn verricht door [vertegenwoordiger vereffenaar] en mr. [zaakbehandelaar bij de vereffenaar] is daarentegen niet begrijpelijk. De vereffenaar geeft aan dat [vertegenwoordiger vereffenaar] sinds 2013 werkzaam is als WSNP Bewindvoerder en faillissementsmedewerker en sinds 2015 eveneens wordt benoemd tot curator in faillissementen van natuurlijke personen. De kantonrechter overweegt derhalve dat op grond van artikel 6.4 lid d van de Recofa-richtlijnen ervaringsfactor 0,5 van toepassing is. De vereffenaar heeft voor de werkzaamheden die door [vertegenwoordiger vereffenaar] zijn verricht ervaringsfactor 1,1 toegepast, maar niet toegelicht op basis waarvan de ervaring van
gelijk kan worden gesteld aan de ervaring van een advocaat met drie tot vijf jaar ervaring.
4.4.
De vereffenaar geeft ten aanzien van mr. [zaakbehandelaar bij de vereffenaar] aan dat zij sinds eind 2020 werkzaam is als zaakbehandelaar bij Uw Vereffenaar. De vereffenaar heeft voor de werkzaamheden verricht door mr. [zaakbehandelaar bij de vereffenaar] ervaringsfactor 0,8 toegepast vanwege haar opleiding en ervaring. De vereffenaar onderbouwt echter niet waaruit deze opleiding en ervaring bestaat, zodat de kantonrechter niet kan beoordelen of de juiste ervaringsfactor wordt toegepast.
4.5.
Zonder nadere toelichting is voor de kantonrechter niet inzichtelijk waarom voornoemde medewerkers voor deze tarieven in aanmerking komen. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de vereffenaar in de gelegenheid stellen schriftelijk toe te lichten waarom de ervaringsfactoren die horen bij advocaten en notarissen in rekening zijn gebracht, dan wel de gehanteerde ervaringsfactoren aan te passen in overeenstemming met de Recofa-richtlijnen.

5.De beslissing

De kantonrechter,
5.1.
stelt verzoekster in de gelegenheid uiterlijk 3 september 2021 schriftelijk te reageren op hetgeen is overwogen in r.o. 4.3-4.5 van deze beschikking;
5.2. houdt iedere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.J.H. Schuurman en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2021.