Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
[rechtbank: [verdachte] ]werd gebeld. [verdachte] zei dat hij met aangever wilde praten. Ze spraken af bij het Marktplein in de Geitenkamp en daar stond [verdachte] met een donkerblauwe bus,. [verdachte] zei dat ze een stukje gingen rijden en aangever is op de bijrijdersstoel gaan zitten. [verdachte] reed en kort nadat ze waren gaan rijden, werd aangever van achteren door iemand om zijn nek vastgepakt. Hij hoorde aan de stem dat het [medeverdachte] was die hem met een arm om zijn nek met kracht naar achteren trok. Aangever had het gevoel dat zijn nek zou breken en hij kreeg bijna geen lucht meer. Hij kon geen kant meer op. Terwijl aangever werd vastgehouden hebben ze met de auto [naam] opgehaald bij de oliebollenkraam. Op dat moment kon aangever niet uit de auto komen. [naam] stapte in achter de bestuurder en vervolgens zijn ze naar de Posbank gereden. [2] De hele weg van het marktplein naar het bos hield [medeverdachte] aangever vast. [3] [verdachte] deed de deur open en aangever zag dat ze in een bos waren. [verdachte] trok aangever uit de auto en nadat ze een stukje hadden gelopen, werd hij door [verdachte] en [medeverdachte] met vuisten op zijn hoofd geslagen. Toen hij op de grond lag werd hij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt. Door het geweld is hij twee tanden kwijtgeraakt en hij hoorde een tijd niets met zijn linkeroor. [verdachte] en [medeverdachte] zijn weggegaan en aangever hoorde een auto wegrijden. Het was donker en aangever is in de richting van het licht gelopen. Hij kwam bij een huis uit en heeft aan de bewoner gevraagd of hij de politie wilde bellen. [4]
3.De bewezenverklaring
of omstreeks13 december 2020 te Arnhem en/of Rozendaal
en/althans in
althans alleen,
(toen die [slachtoffer] in een auto zat
)om
/bijzijn nek
en/of bovenlichaam en/of armen
/hebbenvastgepakt en
/ofvastgehouden en
/ofdie [slachtoffer] naar achteren heeft
/hebben
en/of tegen het gezicht/hoofd heeft/hebben geslagenen
/of
/hebben geknepen en/ofgedrukt, waardoor die
/of
de Posbank en/althanseen donkere, afgelegen plek
/zijngereden en
/of
/hebbengetrokken
en/althans uit heeft/hebben
/of
in elk geval eenmaal, (met de vuist
) op/tegen het hoofd
/hebbengeslagen en/of gestompt en
/of
ten val is gekomen) en/of
in elk geval eenmaal, op/tegen zijn hoofd heeft
/hebben
(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag
),
of omstreeks13 december 2020 te Arnhem en/of Rozendaal
en/althans in
althans alleen,
/hebbenberoofd en
/ofberoofd
te lokken en/ofte laten komen en
/of
zijn/een auto te laten stappen en
/of
(als die [slachtoffer] in de auto zit
)die [slachtoffer] om
/bijzijn nek
en/of bovenlichaamvast
/ofdie [slachtoffer] naar achteren te trekken
en/of aan de armen te trekken
/of (tijdens het rijden
in/met die auto
)die [slachtoffer] krachtig bij
/omde nek
en/of
en/of die [slachtoffer] tegen het gezicht/hoofd te
/of
te knijpen en/ofte drukken waardoor die [slachtoffer]
/of
de Posbank en/althanseen donkere, afgelegen plek
/of
/of op een (voor hem)
/of
/ofintimiderende en
/ofbedreigende
/ofvoor die [slachtoffer] (voortdurend)
heeft/hebben laten bestaan waaraan hij zich niet kon
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
- veroordeelt verdachte in verband met de feiten onder nummer 1 subsidiair en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 4.136,49 aan materiële schade en € 3.000,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 7.136,49 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 70 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;