Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van 12 april 2021 met producties;
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 11 augustus 2021.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
6 september 2021.
Rechtbank Gelderland
Op 6 september 2021 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een verzoekschriftprocedure betreffende het erfrecht. Verzoeker, de testamentair bewindvoerder, verzocht om opheffing van het testamentair bewind over het vermogen van de rechthebbende, omdat dit vermogen reeds onder een beschermingsbewind zou vallen.
De rechtbank stelde vast dat het testamentair bewind is ingesteld bij testament van 18 juni 1996 en dat het beschermingsbewind op het eigen vermogen van de rechthebbende is ingesteld bij beschikking van 15 december 2016. De rechtbank oordeelde dat het erfdeel uit de nalatenschap een afgescheiden vermogen betreft dat niet onder het beschermingsbewind valt.
Verder concludeerde de rechtbank dat het beroep op onvoorziene omstandigheden niet tot opheffing kan leiden, omdat niet aannemelijk is dat erflaatster geen testamentair bewind zou hebben gewild. De rechtbank wees ook op de mogelijkheid om een opvolger als testamentair bewindvoerder te benoemen bij notariële akte. Het verzoek tot opheffing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het testamentair bewind wordt afgewezen.