Michael Page International B.V. vorderde betaling van een vergoeding van Midl B.V. voor het werven en presenteren van een kandidaat die Midl vervolgens rechtstreeks in dienst nam. Michael Page stelde dat er een overeenkomst bestond en dat Midl gehouden was tot betaling van een bemiddelingsfee en een boete volgens de algemene voorwaarden.
Midl voerde verweer dat er geen overeenkomst tot stand was gekomen omdat geen overeenstemming was bereikt over de hoofdzaken, zoals de vergoeding en voorwaarden. De rechtbank oordeelde dat de initiële e-mails slechts een vrijblijvende aanbieding en interessebetuiging inhielden, en dat Midl niet schriftelijk akkoord was gegaan met het concrete voorstel dat Michael Page later stuurde.
Subsidiair stelde Michael Page dat er een overeenkomst van opdracht was en dat Midl loon verschuldigd was, wat de rechtbank eveneens verwierp vanwege het ontbreken van een overeenkomst. Ook het beroep op ongerechtvaardigde verrijking faalde omdat het niet redelijk was dat Midl de schade van Michael Page zou vergoeden, nu Michael Page zonder opdracht diensten had verleend.
De rechtbank wees daarom alle vorderingen af en veroordeelde Michael Page in de proceskosten.