ECLI:NL:RBGEL:2021:58
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing voortzetting vennootschap na uittreden vennoot
In deze civiele zaak stond centraal of de vennootschap onder firma (vof) voortgezet kon worden door twee vennoten nadat de derde vennoot zijn activiteiten had gestaakt en zich had uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. De eisers stelden dat er een stilzwijgende afspraak bestond over voortzetting, terwijl de gedaagde dit betwistte en vond dat de vennootschap ontbonden had moeten worden.
De kantonrechter oordeelde dat er wel sprake was van een stilzwijgende voortzetting van de vof, gezien de handelingen van partijen en het ontbreken van bezwaar van de gedaagde. Vervolgens was de vraag of er afspraken waren over de financiële afwikkeling van de vof na het uittreden. De eisers stelden dat het verlies gelijk verdeeld zou worden, maar konden dit onvoldoende onderbouwen. De gedaagde betwistte deze afspraak en wilde niet gebonden zijn aan een verdeling van het verlies.
De kantonrechter concludeerde dat de eisers onvoldoende hadden aangetoond dat er een overeenkomst was over de verdeling van het verlies en wees de vordering af. De eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter M.J.P. Heijmans.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van afspraken over voortzetting en financiële afwikkeling van de vof.