Partijen zijn voormalige vennoten van een vennootschap onder firma (VOF) die administratieve dienstverlening en advies verleende. De samenwerking is vastgelegd in een overeenkomst van 2014, laatstelijk herzien in 2017, waarin onder meer afspraken zijn gemaakt over de arbeidsbeloning en het einde van de VOF per 31 december 2022.
Er ontstond een geschil toen gedaagde eiser eind juni 2021 de toegang tot software en applicaties van de VOF ontzegde. Eiser vordert in het incident onder meer een voorschot op zijn arbeidsbeloning, toegang tot financiële en fiscale gegevens, en vrijstelling van werkzaamheden met behoud van beloning.
De rechtbank oordeelt dat het voorschot niet toewijsbaar is vanwege onduidelijkheid over de voorwaarden en winstafhankelijkheid. Wel wordt de vordering tot inzage in bankrekeningen en fiscale gegevens toegewezen, omdat eiser als vennoot rechtmatig belang heeft bij deze informatie. De vordering tot vrijstelling van werkzaamheden wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De proceskosten worden gecompenseerd en de hoofdzaak wordt verwezen voor verdere behandeling.