ECLI:NL:RBGEL:2021:555
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bezorger van verkrachting wegens onvoldoende bewijs
Op 9 augustus 2019 ontving de politie een melding van een vrouw die aangifte deed van verkrachting door een bezorger die haar een bestelling had gebracht. De verdachte ontkende dwang te hebben gebruikt en stelde dat het initiatief voor seks van de vrouw uitging.
De rechtbank constateerde dat er geen directe getuigen waren en dat de verklaringen van de vrouw op belangrijke punten wisselend waren. Zij had direct na het incident en in de maanden daarna contact gezocht met de familie van de verdachte en een groot geldbedrag van hen aangenomen in ruil voor het bijstellen van haar verklaring.
Bewijsmiddelen zoals een telefoongesprek met 112, een verwonding bij de vagina, sperma van verdachte op de buik van de vrouw en een verklaring van een vriendin boden onvoldoende objectieve ondersteuning van de aangifte. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de vrouw onvoldoende werd ondersteund en sprak de verdachte vrij.
De vrouw had een civiele vordering tot schadevergoeding ingediend, die de rechtbank matigde en vervolgens niet-ontvankelijk verklaarde vanwege de vrijspraak. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens onvoldoende bewijs.