ECLI:NL:RBGEL:2021:4955
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit medeplegen dealen cocaïne
De rechtbank Gelderland heeft op 13 september 2021 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die medepleegde aan het dealen van cocaïne tussen 14 oktober 2017 en 9 september 2019. Uit het vonnis van medeverdachten en het onderzoek van telefoongegevens blijkt dat de totale omzet in deze periode €394.319,37 bedroeg. De rechtbank stelt vast dat veroordeelde als runner een vergoeding van 10% van de omzet heeft ontvangen, wat resulteert in een netto wederrechtelijk verkregen voordeel van €39.431,93.
Omdat veroordeelde samen met een andere runner werkte, wordt dit bedrag gelijk verdeeld, waardoor het voordeel voor veroordeelde wordt vastgesteld op €19.715,97. Van dit bedrag wordt het reeds verbeurd verklaarde bedrag van €3.635,- in mindering gebracht, zodat de betalingsverplichting €16.080,97 bedraagt. De rechtbank heeft de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal 321 dagen.
De verdediging voerde aan dat het ontnemingsrapport onvoldoende was en dat het percentage van 10% te hoog was, evenals dat er meer dan twee runners waren en een kortere periode moest worden gehanteerd. De rechtbank verwierp deze bezwaren en baseerde haar oordeel op het bewijs uit het dossier, waaronder notities op telefoons en prijsafspraken. De beslissing is genomen op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde moet €16.080,97 betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.