Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van 13 september 2021 met aanvulling van dezelfde datum
- het mailbericht van 14 september 2021 met 3 producties van verweerster
Rechtbank Gelderland
Verzoekster heeft gevraagd om opheffing van de thuisquarantaineplicht die haar is opgelegd na terugkeer uit het Verenigd Koninkrijk, een aangewezen hoogrisicogebied. Zij voerde aan dat zij tijdens haar verblijf nauwelijks contact had met anderen, volledig gevaccineerd is, negatieve PCR-testen had en haar werk als zadelmaker-en passer niet thuis kan uitvoeren.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster langer dan 12 uur in het Verenigd Koninkrijk verbleef, waardoor de uitzondering op de quarantaineplicht niet van toepassing is. De quarantaineplicht van 10 dagen op grond van artikel 58nb Wet Publieke Gezondheid geldt derhalve.
De door verzoekster aangevoerde omstandigheden, zoals het beperkte contact en het naleven van coronamaatregelen, vormen geen bijzondere reden om van de quarantaineplicht af te wijken. Ook het feit dat zij haar werk niet kan uitvoeren tijdens quarantaine weegt niet zwaar, aangezien dit bij de wetgever is meegewogen.
Verder is er geen disproportionaliteit omdat verzoekster zich op 16 september kan laten testen om de quarantaine te verkorten. Inconsequenties in handhaving van coronamaatregelen zijn geen grond voor ontheffing.
De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing van de quarantaineplicht af en veroordeelt verzoekster niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de thuisquarantaineplicht wordt afgewezen.