Betrokkene is sinds 1994 onderworpen aan een maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging vanwege delicten met een hoog recidiverisico. De maatregel is meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2019. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een verlenging van twee jaar, maar paste dit ter zitting aan naar één jaar.
Tijdens de zitting op 9 augustus 2021 werden betrokkene, zijn raadsman, drie deskundigen en de officier van justitie gehoord. De deskundigen rapporteerden over de psychische en psychiatrische toestand van betrokkene, die gekenmerkt wordt door een licht verstandelijke beperking, vroeg trauma, onveilige hechting, persoonlijkheidsstoornissen en een pedofiele stoornis. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat bij beëindiging van de maatregel zonder toezicht.
De rapporten benadrukken het belang van een geleidelijke resocialisatie met behoud van intensieve begeleiding en toezicht. Betrokkene verblijft sinds 2011 in een kleinschalige zorgboerderij en maakt gebruik van proefverlof. De rechtbank acht een verlenging van één jaar passend, waarbij tevens aandacht moet zijn voor de toekomstige overgang naar een civielrechtelijk kader en mogelijke beëindiging van de maatregel.
De rechtbank concludeert dat de maatregel noodzakelijk blijft voor de bescherming van de algemene veiligheid en verlengt deze voor één jaar. Tevens wordt aanbevolen om bij de volgende verlengingszitting te bezien hoe beëindiging van de maatregel vorm kan krijgen.