ECLI:NL:RBGEL:2021:2911
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging inburgeringstermijn wegens beperkte verwijtbaarheid en medische omstandigheden
Eiser was inburgeringsplichtig met een termijn van 21 februari 2016 tot 21 augustus 2019. Hij overschreed deze termijn vanwege de zorg voor zijn vrouw met ernstige rugklachten en eigen psychische problemen. Zijn aanvraag tot verlenging op medische gronden werd afgewezen, waarna hij beroep instelde.
De rechtbank beoordeelde dat eiser niet voldeed aan de beleidsregel die vereist dat de inburgeringsplichtige minstens drie maanden aaneengesloten niet in staat is geweest onderwijs te volgen. Uit medische stukken bleek wel ernstige rugklachten bij de echtgenote, maar onvoldoende bewijs dat eiser daardoor drie maanden geen onderwijs kon volgen.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat de combinatie van de ernstige rugklachten van de echtgenote en de psychische klachten van eiser een uitzonderlijk geval vormde, niet onderzocht door de medisch adviseur. Eiser had vijf van de zes examenonderdelen binnen de termijn gehaald en slechts ongeveer drie maanden overschreden.
Gezien de beperkte verwijtbaarheid en de grote gevolgen van niet verlengen, waaronder terugbetaling van een lening van circa € 10.000, moest de termijn ambtshalve worden verlengd. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Eiser hoefde geen boete te betalen en kreeg proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verlengt ambtshalve de inburgeringstermijn en vernietigt het boetebesluit.