ECLI:NL:RBGEL:2021:240
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel
De officier van justitie verzocht op 8 januari 2021 om voortzetting van een crisismaatregel die op 7 januari 2021 was opgelegd aan betrokkene, die verbleef in een zorginstelling. De mondelinge behandeling vond plaats via beeldbellen vanwege COVID-19 maatregelen, waarbij betrokkene en haar advocaat werden gehoord, evenals een psychiater en later een arts verbonden aan de zorginstelling.
Tijdens de eerste zitting op 11 januari 2021 gaf de psychiater aan nog niet met betrokkene te hebben kunnen spreken over haar actuele toestand en de noodzaak van voortzetting van de opname. De rechtbank besloot de zaak aan te houden tot de volgende dag om de psychiater gelegenheid te geven dit gesprek te voeren.
Op 12 januari 2021 bleek uit het vervolg van de mondelinge behandeling dat er afspraken waren gemaakt over de veiligheid van betrokkene en dat zij terug kon keren naar het gezinshuis, waar ambulante behandeling wordt voortgezet. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake meer was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en wees het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.
De beschikking werd mondeling uitgesproken op 12 januari 2021 en schriftelijk vastgesteld op 18 januari 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen omdat geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer aanwezig is.