ECLI:NL:RBGEL:2021:2324

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
10 mei 2021
Zaaknummer
C/05/387313 / KG RK 21-308
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens nabijheid partij

In deze civiele procedure bij de rechtbank Gelderland heeft een rechter een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij zich niet vrij voelde om de zaak te behandelen vanwege het feit dat een van de partijen in haar directe omgeving woont.

De verschoningskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van zowel de subjectieve als de objectieve toets. Hoewel de rechter zelf niet meende onpartijdig te kunnen zijn, is ook gekeken naar de objectieve omstandigheden en de uiterlijke schijn die de vrees voor onpartijdigheid kunnen rechtvaardigen.

De kamer concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat de rechter daadwerkelijk vooringenomen was, maar dat de omstandigheden en de uiterlijke schijn voldoende grond boden om het verzoek toe te wijzen. Hierdoor zal een andere rechter worden aangewezen om de zaak te behandelen.

Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige verschoningskamer op 4 mei 2021 in Arnhem.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en een andere rechter zal worden aangewezen.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
zaaknummer: C/05/387313 / KG RK 21-308
Beslissing van 4 mei 2021
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. F.M.Th. Quaadvliet,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
in haar hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer 9148013 HA VERZ 21-24 tussen Geldersch Beheer B.V. en [belanghebbende] .

1.De procedure

De rechter heeft op 28 april 2021 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden.

2.Het verschoningsverzoek

De rechter heeft aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat één van partijen woonachtig is in haar directe omgeving en zij zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
3.2.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend.
3.3.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat zij van oordeel is dat zij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
3.4.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

4.De beslissing

De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. F.M.Th. Quaadvliet toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen.
Deze beslissing is gegeven door de mr. J.R. Veerman, voorzitter, mr. E. Schippers en mr. S.C.A.M. Janssen, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 4 mei 2021.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.