ECLI:NL:RBGEL:2021:2323

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 april 2021
Publicatiedatum
10 mei 2021
Zaaknummer
C/05/386408 / KG RK 21-258
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens betrokkenheid bij Stichting de Thuiskopie

Op 8 april 2021 heeft de meervoudige verschoningskamer van de Rechtbank Gelderland een verzoek tot verschoning van mr. H.F.R. van Heemstra behandeld. De rechter had zich op het standpunt gesteld dat zijn nauwe betrokkenheid bij Stichting de Thuiskopie en zijn lidmaatschap van de geschillencommissie van die stichting, alsmede persoonlijk contact met een bestuurder die mogelijk als getuige zal optreden, zijn onpartijdigheid in de procedure in de zaak tussen Media Investerings- en Management Maatschappij B.V. en Stichting Indomedia in gevaar zou kunnen brengen.

De verschoningskamer heeft het verzoek getoetst aan de subjectieve en objectieve maatstaven voor onpartijdigheid. Hoewel de rechter zelf niet meende onpartijdig te zijn, heeft de kamer ook geen aanwijzingen gevonden voor daadwerkelijke vooringenomenheid. Desondanks is het verzoek toegewezen op grond van de uiterlijke schijn en de vrees voor onpartijdigheid die bij partijen kan bestaan.

De beslissing houdt in dat mr. Van Heemstra zich niet verder met de zaak zal bezighouden en dat een andere rechter zal worden aangewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak is openbaar gedaan door de voorzitter en leden van de verschoningskamer in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het verschoningsverzoek van de rechter wordt toegewezen en een andere rechter wordt aangewezen voor de zaak.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
zaaknummer: C/05/386408 / KG RK 21-258
Beslissing van 8 april 2021
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. H.F.R. van Heemstra,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
in zijn hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer 20/637 – C/05/379273 tussen Media Investerings- en Management Maatschappij B.V. en Stichting Indomedia.

1.De procedure

De rechter heeft op 8 april 2021 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden.

2.Het verschoningsverzoek

De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek ten grondslag gelegd – kort gezegd – dat hij nauw betrokken is geweest bij Stichting de Thuiskopie en dat hij nu nog lid is van de geschillencommissie van die stichting. Een bestuurder van Stichting de Thuiskopie is nauw betrokken bij de procedure waar het verschoningsverzoek betrekking op heeft en de rechter heeft ook meerdere malen persoonlijk contact heeft gehad met die bestuurder. De desbetreffende bestuurder heeft al verklaringen in de procedure ingediend en zal mogelijk als getuige worden gehoord. Zijn rol is tevens een belangrijk onderdeel van de discussie tussen partijen. Dit alles maakt dat de rechter zich niet vrij acht om in deze zaak als rechter op te treden.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
3.2.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend.
3.3.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat hij van oordeel is dat hij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
3.4.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerdergenoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

4.De beslissing

De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. H.F.R. van Heemstra toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen.
Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,
mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.