Op 15 december 2019 vond een verkeersongeval plaats op de A15 te Dodewaard waarbij drie voertuigen betrokken waren, waaronder het voertuig van verdachte. Verdachte werd beschuldigd van zeer onvoorzichtig en gevaarlijk rijgedrag, wat zou hebben geleid tot een botsing en letsel bij een ander verkeersdeelnemer.
De officier van justitie stelde dat verdachte zonder noodzaak gebruik had gemaakt van de vluchtstrook en berm, en daarbij meerdere gevaarlijke manoeuvres had verricht die tot het ongeval leidden. De verdediging voerde aan dat verdachte onschuldig was en dat het bewijs onvoldoende was om schuld vast te stellen.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende zekerheid bood over de exacte gedragingen van verdachte en de precieze toedracht van het ongeval. De analyse van het team VerkeersOngevallenAnalyse was beperkt en de posities van de voertuigen op de tekening strookten niet met de schade-inpassingen. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde had begaan.
Ook de civiele vordering tot immateriële schade van de benadeelde werd afgewezen omdat de strafrechtelijke bewezenverklaring ontbrak. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de civiele vordering niet-ontvankelijk.