Uitspraak
1.De procedure
2.De vordering en het verweer
3.De beoordeling
4.De beslissing
vrijdag 7 augustus 2020voor conclusie van repliek aan de zijde van [naam eiser] ;
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag van €6.916,75, vermeerderd met wettelijke rente en kosten, op grond van vermeende misleiding door gedaagde omtrent de schadeclaim na een autobrand. Eiser stelt dat gedaagde onjuiste informatie heeft verstrekt, waardoor uitgekeerde schade niet vergoed zou moeten worden. Tevens beroept eiser zich op artikel 15 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten.
Gedaagde betwist de vordering, onder meer door te stellen dat hij niet contractueel verbonden is aan eiser, dat de grondslag van de vordering onjuist is en dat hij niet op de hoogte was van gebreken aan de motor van de auto. Volgens gedaagde is er geen sprake geweest van het verstrekken van onjuiste informatie.
De kantonrechter acht het aangewezen dat eiser bij conclusie van repliek nader reageert op het verweer van gedaagde, waarna gedaagde schriftelijk kan reageren bij conclusie van dupliek. De rechter houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol voor repliek. Een mondelinge behandeling kan nog plaatsvinden indien wenselijk. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.E. Sijsma.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor repliek, met verdere beslissing uitgesteld.