ECLI:NL:RBGEL:2020:7159
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen DNA-afname na lange tijdsverloop bij minderjarige veroordeelde
Veroordeelde werd in 2006 als minderjarige veroordeeld voor straatroof en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf opgelegd. In 2020 werd door de officier van justitie een bevel gegeven tot afname van DNA-materiaal, waarna veroordeelde bezwaar maakte op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en internationale privacyrechten.
De rechtbank behandelde het bezwaar schriftelijk vanwege coronamaatregelen. De officier van justitie stelde het bezwaar ongegrond, verwijzend naar wettelijke bepalingen en jurisprudentie die DNA-afname toestaan bij veroordelingen voor ernstige misdrijven.
De rechtbank oordeelde echter dat het lange tijdsverloop van ruim 14 jaar tussen de veroordeling en het DNA-bevel, gecombineerd met het feit dat veroordeelde sindsdien geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd, maakt dat het belang van DNA-opname nihil is. Daarom is het bezwaar gegrond en moet het afgenomen DNA-materiaal worden vernietigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het afgenomen DNA-materiaal wordt vernietigd.