Op 15 oktober 2014 raakte eiser betrokken bij een ongeval waarbij zij letsel aan haar linkerenkel opliep. Univé erkende namens de verzekerde automobiliste aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval. Eiser verzocht de rechtbank om te verklaren dat zij ten tijde van het ongeval inkomsten uit niet-fiscaal geregistreerde werkzaamheden genoot en dat deze bij schadebegroting in aanmerking moeten worden genomen.
De rechtbank oordeelde dat gederfde inkomsten uit niet-fiscaal geregistreerde werkzaamheden in beginsel als vermogensschade kunnen worden beschouwd en dus vergoedbaar zijn. Echter, eiser slaagde er niet in voldoende bewijs te leveren dat zij daadwerkelijk dergelijke inkomsten genoot voorafgaand aan het ongeval. De overgelegde bewijsstukken boden onvoldoende steun en de verklaringen van getuigen waren niet overtuigend.
Daarom werd het verzoek afgewezen. Wel werd Univé veroordeeld tot betaling van de kosten van de deelgeschilprocedure, die de rechtbank begrootte op € 5.002,60. De rechtbank vond de procedure niet onnodig en achtte het redelijk dat de kosten werden vergoed.