Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 augustus 2020
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 1 oktober 2020.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een verzekeraar of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een verzekering”. De feitelijk door Odelot verrichte werkzaamheden vallen hier niet onder. De essentie van de opdracht van Odelot was, zo blijkt uit de hiervoor genoemde stukken, dat Odelot de relatie tussen Bovemij en NBG B.V. (hierna: NBG) bevorderde, opdat de NBG-portefeuille in stand werd gehouden en uitgebreid. Daarbij ging het concreet om het begeleiden en optimaliseren van de relatie van Bovemij met NBG die als assurantietussenpersoon verzekeringsproducten afsloot met haar cliënten en het risico daarvan onderbracht bij Bovemij, alsmede het adviseren van de directie van Bovemij op strategische onderwerpen. Uit niets blijkt dat het de bedoeling was dat Odelot zelf rechtstreeks als assurantietussenpersoon verzekeringen tot stand zou brengen en/of dat zij die tot stand heeft gebracht.
2.148,00(2 punten × tarief € 1.074,00)