Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zijn beroep behandelde tegen de afwijzing van een aanvraag bijstand zelfstandigen (Bbz). Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat deze weigerde een zitting aan te houden om een nog op te vragen document te verkrijgen dat relevant zou zijn voor het beroep.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 7 december 2020 en oordeelde dat de rechter onpartijdig moet worden vermoed tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De rechter had een processuele beslissing genomen door de zitting door te laten gaan en eerst op de zitting te willen vaststellen welk document precies bedoeld werd.
De wrakingskamer vond geen aanwijzingen voor partijdigheid en benadrukte dat wraking niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen processuele beslissingen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.