Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2020:5272

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 september 2020
Publicatiedatum
6 oktober 2020
Zaaknummer
C/05/375831 / FZ RK 20-2369
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdWet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliëntenWet BOPZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking opvolgende rechterlijke machtiging voortgezet verblijf onder de Wet zorg en dwang

De rechtbank Gelderland behandelde op 4 september 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een opvolgende rechterlijke machtiging voor voortgezet verblijf onder de Wet zorg en dwang (Wzd) voor een cliënt met een verstandelijke handicap en psychische stoornis. De mondelinge behandeling vond plaats via beeldbellen vanwege COVID-19 maatregelen.

Uit de stukken en het verhoor bleek dat de cliënt een licht verstandelijke beperking heeft, een middelengerelateerde stoornis en in het verleden schizofrenie is vastgesteld. Het gedrag van de cliënt leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. De cliënt onttrekt zich regelmatig aan zorg en gebruikt middelen, wat psychotische symptomen verergert.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven en de cliënt heeft 24-uurs begeleiding nodig. Hoewel de cliënt zich verzet tegen het verblijf, is een machtiging passend. De rechtbank vond een termijn van vijf jaar te lang en stelde de machtiging vast op twee jaar, met een evaluatie na die periode.

De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en verleende de machtiging tot en met 3 september 2022. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende machtiging voor voortgezet verblijf onder de Wet zorg en dwang voor de duur van twee jaar.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Zaakgegevens: C/05/375831 / FZ RK 20-2369
Datum mondelinge uitspraak: 4 september 2020
Beschikking opvolgende rechterlijke machtiging Wzd
inzake
het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van vijf jaar als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt],
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
verblijfadres: Pluryn, [adres] ,
op grond van een machtiging voortgezet verblijf onder de Wet BOPZ
geldend tot en met 5 september 2020,
hierna te noemen: cliënt,
advocaat: mr. E.A.C. Sandberg te Vorden.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op
2 september 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 4 september 2020.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:
  • cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
  • dhr. [naam 1] , als avg-arts en behandelaar verbonden aan Pluryn;
  • dhr. [naam 2] , als begeleider verbonden aan Pluryn.

2.Beoordeling

2.1.
Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het landelijk beleid van de Rechtspraak dat het niet is toegestaan de accommodatie waar cliënt verblijft te bezoeken. Dit levert voor cliënt, de medebewoners en de verzorgers een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Datzelfde geldt voor de medewerkers van de rechtbank, alsook voor bewoners en verzorgers van overige accommodaties indien van dit beleid zou worden afgeweken. Om die reden is besloten cliënt via beeldbellen te horen.
2.2.
Op 6 september 2019 heeft de rechtbank een machtiging voortgezet verblijf onder de Wet BOPZ verleend tot en met 5 september 2020.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt een verstandelijke handicap heeft gepaard gaand met een psychische stoornis
.Bij cliënt is sprake van een licht verstandelijke beperking, een middelen gerelateerde stoornis en in het verleden is cliënt gediagnostiseerd met schizofrenie. Momenteel worden psychotische symptomen vooral gezien na middelenmisbruik of bij overvraging, maar dat kan onderdrukt worden door zijn medicatie. Door het gebrek aan zelfinzicht en zelfkritiek is cliënt geneigd zijn mogelijkheden te overschatten en heeft hij een weinig realistisch toekomstbeeld.
2.4.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • bedreiging van de veiligheid van cliënt al dan niet doordat cliënt onder invloed van een ander raakt.
2.5.
De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt onttrekt zich met enige regelmaat aan de zorg, hij loopt dan zonder afspraken te maken met de begeleiders weg van het terrein en gebruikt dan middelen. Cliënt laat dit gedrag al langere tijd zien en wordt veelal onder invloed teruggebracht door zijn moeder of de politie. Het gebruik van middelen zijn een direct gevaar voor toename van de psychoses.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt kan zonder sturing door de begeleiding niet voor zichzelf zorgen en hij zal dan terugvallen op het gebruik van middelen. Alleen met 24uurs externe sturing is een terugval te voorkomen. Cliënt is gebaat bij de huidige setting die hem wordt aangeboden. Door de arts ter zitting is aangevoerd dat het belangrijk is te kijken naar een balans waarbij aan de ene kant prikkels voorkomen worden en cliënt geen ruimte krijgt om weg te lopen, en er aan de andere kant wel geluisterd wordt naar cliënt en naar zijn wens om meer vrijheid te krijgen.
2.6.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf.
2.7.
De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde termijn van vijf jaar voor nu een te lange tijd is. Ondanks dat er binnen de accommodatie regelmatig evaluaties plaatsvinden, is het belangrijk dat er ook een rechterlijke toetst plaatsvindt over twee jaar om te kijken of de huidige zorg nog steeds noodzakelijk en passend in. Dit biedt cliënt ook enig perspectief, ondanks dat niet de verwachting is dat de problematiek van cliënt wezenlijk zal veranderen. De rechtbank is van oordeel dat een machtiging met een duur van twee jaar passend en noodzakelijk is.
2.8.
Hetgeen namens en door cliënt als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.9.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een opvolgende machtiging, om welke reden zij zal beslissen als hierna vermeld.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf ten aanzien van
[cliënt],
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk
3 september 2022.
3.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2020 door mr. A.E.H. Bovy, rechter, in tegenwoordigheid van L. Stoevenbelt, griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 september 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.